Amsterdamse klaagmuur

Het is druk op de eerste dag na de onthulling van het Nationaal Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Veel van de bezoekers zijn Joodse mensen op zoek naar de namen van hun vermoorde geliefden. Een groep tienermeisjes rent heen en weer. Uit wat ik opvang zijn ook zij op zoek naar namen uit hun voorgeslacht. Als ze weer iemand vinden, leggen ze een steentje op de grond onder de rij met namen waar ‘hun’ naam in staat. Dit is het monument waar veel mensen al heel lang naar verlangden. Alle namen. Namen die je aan kunt raken. Namen die je, als je even uit het zicht bent, kunt kussen.

Het Namenmonument is een onmisbare aanvulling op wat er in Amsterdam al was. Het is ook een inspirerend kunstwerk. Het ontroert op verschillende wijzen. Het is groot maar zeker niet pompeus. Het is omvangrijk – ruim 102.000 namen – maar toch is het intiem. Het is verpletterend en toch ook weer hoopvol. Want het Joodse volk leeft. Wat een zegen dat het Namenmonument er nu is. Bijna tachtig jaar na al die misdaden. De schrijver Hermann Bloch schreef over ‘de traagheid van het gevoel’. “Hoe groter het drama, hoe langer het duurt voordat het een plek heeft gekregen in het collectieve geheugen.”

Je kunt je het nu nog nauwelijks voorstellen. Het heeft tot begin zeventiger jaren geduurd voordat op herdenkingen de Joodse slachtoffers werden genoemd. Tot die tijd ging het alleen over de ‘actieve slachtoffers’: de militairen, de zeelieden en de verzetshelden die hun leven voor het vaderland hadden gegeven. De Joodse gemeenschap kreeg zelfs geen toestemming voor het plaatsen van een gedenkmonument. Daar was de regering op tegen. Ze waren tegen onderscheid. De waanzin van doorgeschoten gelijke behandeling.

Tot nu toe was de Hollandsche Schouwburg de plek voor Joden om te herdenken. In dit gebouw werden de opgejaagde Joden verzameld voordat ze naar Westerbork werden gedeporteerd om vandaar verder naar het oosten te ‘reizen’. Na de oorlog raakte de Hollandsche Schouwburg in verval. Gelukkig werd het voor de slopershamer bewaard. Het is een belangrijke gedenkplaats. In het gebouw staat een familienamenwand. Op 4 mei is het de plek waar de Joden hun doden herdenken.

Maar de Hollandsche Schouwburg en ook het Auschwitzmonument staan op een bijna verborgen plek. Ik werkte al enkele tientallen jaren in Amsterdam voordat ik deze plaatsen ontdekte. Het nieuwe Namenmonument staat op een veel zichtbaarder plaats. Als je over de drukke Weesperstraat rijdt kun je het niet missen.   Op het Namenmonument staan spiegels. Behalve herinneren en herdenken moeten we ook het heden spiegelen aan het verleden. Dat is broodnodig. Veel oorlogen zijn voorbij gegaan. De oorlog van Hitler lijkt maar niet tot een eind te willen komen. Hitlers doel was de vernietiging van het Joodse volk. Het is een wens die nog steeds door velen wordt gekoesterd. Nog grotere groepen hebben allerlei taaie vooroordelen over Joodse mensen. Vooroordelen die zich hebben genesteld in ons collectieve geheugen. Het kan zich zomaar openbaren. Met name in onzekere tijden. Het is angstig om Joods te zijn. Laten we niet weer wegkijken. Laten we niet weer traag zijn. Vrede zij over Israël.