De ‘betrouwbare’ Taliban

De foto boven dit artikel was een straatbeeld in Kaboel in de zestiger jaren. Voor Afghaanse vrouwen van vandaag lijkt het een foto van een andere planeet. Zestig jaar geleden heerste er een vrij liberale cultuur en een gematigde Islam in de Afghaanse steden. Natuurlijk is die foto niet hele beeld. Al verplichtte de overheid hen tot niets, er waren ook vrouwen die wel een hoofddoek droegen in de stad, maar vooral op het conservatieve platteland. En erg korte rokken riepen soms felle en bedreigende reacties op van de kant van conservatieve imans. Hoe anders is die situatie nu.

De Taliban-leiders probeerden een ‘gematigd imago’ uit te dragen toen ze Kaboel binnentrokken. Vrouwen zouden hun rechten behouden, mensen hoefden niet bang te zijn en te vluchten. Velen in het Westen hoopten dat dit waar was, wellicht tegen beter weten in. De Afghanen die gewerkt hadden voor het verdreven regiem en voor buitenlandse troepenmachten, durfden – terecht – niet te speculeren op dit ‘wishful thinking’. 

De fundamentalistische islam is niet te vertrouwen, althans niet in de Westerse betekenis van dat woord. Het misleiden van niet-gelovigen in hun strijd voor het ware geloof wordt niet als een zonde gezien, maar als strategie in hun grote opdracht. Al streven ze nu naar iets meer diplomatie, je kunt erop vertrouwen dat zij hun fundamentalistische agenda niet zullen verloochenen. 

Zoals de Russische communisten in de zeventiger jaren, heeft ook het Westen zich volkomen verkeken op de situatie in Afghanistan. Men meende de Afghaanse maatschappij te kunnen transformeren in en ‘gelukkige, moderne’ samenleving.  Maar de ‘waarden’ hol materialisme, geld en moderne ‘vrijheden’ die de ideologische bloedarmoede van de Westerse cultuur moeten compenseren, leggen het af tegen de ideologisch gedreven Taliban. Terecht werd het vergeleken met de val van Saigon.

Elke buitenlandse invasie heeft averechts gewerkt in Afghanistan. Dat ervoeren de Engelsen in de negentiende- en begin twintigste eeuw. Dat merkten ook de Russen. Vóór de Russische inval kende Afghanistan een zeer gematigde vorm van de islam. Sinds die tijd veranderde het in een fundamentalistisch bolwerk. De Amerikaanse bemoeienis heeft dat alleen maar versterkt. Zeker, die ommekeer staat niet los van ontwikkelingen elders in de islamitische wereld. De islamitische revolutie in Iran in 1978 had grote invloed op moslims in de hele wereld. De oliedollars die Saoedi-Arabië aanwendde om het salafisme te verspreiden, hebben ongetwijfeld ook een rol gespeeld. Maar al deze factoren werden ongevraagd geholpen door de buitenlandse inmenging in Afghanistan. 

Na het besluit tot terugtrekking uit Afghanistan vorig jaar, ging Amerika gesprekken aan met de Taliban, terwijl zij nog steeds als terroristische organisatie werd gekwalificeerd. Verscheidene betrokken functionarissen in Amerika wijzen erop dat daarmee de positie van het oude regiem eigenlijk al gedoemd was. 

Nu heeft de Taliban een interim-regering gevormd met veel extreme elementen erin. Hoe staat het met de ‘gematigde koers’ die zij beloofden te gaan varen? De eerste signalen doen die hoop rap verdwijnen. De belofte van een ‘inclusieve’ regering met elementen uit de hele breedte van het politieke spectrum werd niet ingelost. Het dragen van de nikab – de gezicht bedekkende sluier voor vrouwen – is weer verplicht gesteld voor vrouwelijke studenten. Vrouwensport is van de een op de andere dag afgeschaft. Dat is de betrouwbare kant van de fundamentalistische islam: je weet zeker dat hun leer met dwang opgelegd wordt aan andersdenkenden.