Zielenwinner

Gebedsgenezer en evangelist Jan Zijlstra, die vorige week op 82-jarige leeftijd overleed, werd door hen die dicht bij hem stonden, omschreven als een ‘zielenwinner’. Op zijn begrafenis werd zelfs gezegd: “Bij Jan Zijlstra was geen ruimte voor eigen ambities, er moesten zielen gewonnen worden.”

Al heb ik zelf weinig affiniteit met het concept ‘genezingsdiensten’, en alle poespas die daar doorgaans bij komt kijken, ik vond het verfrissend dat zielen winnen kennelijk als belangrijk werd gezien. Zo belangrijk dat vrienden juist dit woord kozen om Zijlstra te definiëren. 

Zielen winnen is een beladen uitdrukking geworden. Het roept bij mensen buiten de kerk allerlei negatieve beelden op. Missionarissen die Indianen het mes op de keel zetten om zich te laten dopen. Blanke mannen met tropenhelmen die inboorlingen af gaan brengen van hun primitieve bijgeloof om rationele christenen van ze te maken. Rondreizende predikers met hun stadions vol nieuwsgierige locals, die gezamenlijk zoveel gewonnen zielen claimen dat heel de wereldbevolking al vier keer bekeerd zou zijn.  

Het is goed om als gelovigen te onderkennen waarom de uitdrukking ‘zielen winnen’ zoveel weerstand oproept. In de geschiedenis van de kerk, is zielen winnen op bepaalde plekken en tijden inderdaad samengegaan (en gaat soms nog steeds samen) met dwang, Westerse superioriteit, en uitgesproken geestelijke fraude. Aan de andere kant is het ook zo dat er een karikatuur van gemaakt is van de zielenwinner, waardoor mensen die niet beter weten er klakkeloos vanuit gaan dat al deze mensen op zijn best arrogante profiteurs of fraudeurs zijn. 

Dat is natuurlijk erg jammer. Maar de oplossing is niet om dan als kerk maar af te stappen van het hele idee van zielen winnen. Ik weet niet hoe vaak ik christen die betrokken zijn bij een of ander missionair project heb horen zeggen ‘we doen het niet om zieltjes te winnen hoor!’. Ik begrijp het, maar mensen zeggen daarmee vaak meer dan ‘we zijn ons bewust van door anderen gemaakte fouten en zullen ons best doen om die fouten niet te herhalen’. Steeds meer christelijk werk blijft uitdrukkelijk uit de buurt bij de ziel en richt zich op de fysieke omstandigheden van mensen. 

Ik zal de laatste zijn die zegt dat dit niet belangrijk is. De Bijbel staat vol met verzen over zorg en recht voor de armen en verdrukten, over het voeden van de hongerigen en beschermen van kwetsbaren. Dit is een integraal onderdeel van het christelijke leven. Maar de vergeving van zonden, de belofte van eeuwig leven, het opnieuw geboren worden, het gevormd worden naar het beeld van Jezus en het volgen van Hem, het deel worden van de familie van God en de adoptie als Zijn kind, de kracht van de Heilige Geest die mensen vernieuwt, dat zijn geen onderwerpen die we moeten vermijden uit angst om uitgemaakt te worden voor ‘zielenwinner’. Ze vormen de kern van ons geloof, en de bron van onze sociale betrokkenheid.

Ja, de term zielenwinner is wat ongelukkig. Uiteindelijk winnen wij geen zielen, want het is Gods Geest die mensen overtuigt van de waarheid. We slaan ook geen mensen aan de haak, we nodigen ze uit. Zoals Jezus eens sprak: “Kom naar mij toe als je vermoeid en belast bent… en je zult rust vinden voor je ziel.” Mogen we nog veel zielen naar Hem toe leiden.