Tirannie van de overgevoeligheid

Op internet las ik een stukje over een student op een christelijke universiteit in Amerika die een klacht had ingediend, omdat hij zich gekwetst voelde door een toespraak van een docent over 1 Korinthe 13, het bekende hoofdstuk over de liefde als hoogste weg. De student voelde zich naar aanleiding van die toespraak tekortschieten op dat gebied. Dat ervoer hij als kwetsend.

Gods Woord is vaak confronterend. Het daagt ons voortdurend uit om onszelf te onderzoeken en te zien ‘of er bij mij een schadelijke weg is’. Voel ik me gekwetst wanneer de Bijbel mij een ‘schadelijke weg’ in mijn leven laat zien? Nee, het is juist mijn redding. Het is een spiegel die mij confronteert met de minder goede kanten van mijn persoon. 

Maar dat is juist de aanstoot van het Evangelie voor de moderne mens. We leven in een narcistische cultuur, waarin mensen alleen bevestigd willen worden en zeker niet terechtgewezen. Ieder individu bepaalt zijn eigen ideale spiegelbeeld. Ieder vraagteken dat daar door een andere mening bij wordt geplaatst, wordt weggezet als afwijzing, als kwetsend, als aanval of zelfs als haat. 

We mogen mensen niet onnodig kwetsen. Maar een overgevoelige cultuur waarin men geen kritische vragen mag stellen bij de ideologie van de ander, maakt de normale omgang met elkaar onmogelijk en helpt de samenleving om zeep.

In een column in De Telegraaf met de titel ‘De terreur van inclusief taalgebruik’, schrijft Roderick Veelo over een Engelse schrijfster die haar bekroonde boek moet herzien. In 2019 werd het nog met lof onthaald, maar sommige lezers voelden zich gekwetst, omdat ze lichamelijke kenmerken van mensen beschreef, zoals ‘amandelvormige ogen’. Zulk ‘racistisch’ taalgebruik riep grote woede op en de uitgever en schrijfster moesten door het stof. Veelo maakte terecht een vergelijking met situaties onder totalitaire regimes, zoals in Noord-Korea, waar de ideologie voorschrijft welke woorden je mag gebruiken. Woorden voor ongewenste fenomenen mogen niet gebruik worden. Zo creëer je een schijnwerkelijkheid en de illusie dat ze niet voorkomen. Dat is manipulatie door middel van taal. 

Die manipulatie zien we in de manier waarop de genderideologie ‘inclusief taalgebruik’ dwingend oplegt aan onze samenleving. En dat gaat ver. ‘Moedermelk’ is als niet-inclusief woord gebrandmerkt, omdat het uitsluit dat mannen borstvoeding kunnen geven. In die ideologie is het man- of vrouw-zijn immers losgekoppeld van de biologische sekse. Een biologische vrouw die zich man voelt, kan zich ‘gekwetst’ voelen als er over moedermelk gesproken wordt. 

Dit verplichte ideologische en politiek-correcte taalgebruik gaat onze samenleving gigantisch in verwarring brengen en ondergraven. Mag het woord ‘gynaecoloog’ (vrouwenarts) nog wel? Is dat niet kwetsend voor een biologische vrouw die verklaart man te zijn?  En mag een biologische man die zich als vrouw identificeert, een consult afdwingen van bij een gynaecoloog? Is het ‘kwetsend’ als hij of zij afgewezen wordt op grond van biologische feiten? 

Politieke correctheid betekent dat overgevoeligheid als ‘deugd’ verheven wordt boven waarheid en feiten. Dat is een goede typering van de huidige ontwikkeling rond de genderideologie en de ‘terreur van het inclusieve taalgebruik’. Maar zo’n ideologie werkt alleen in een totalitaire samenleving, zoals George Orwell die schetste in zijn boek ‘1984’. Daarin werd de geschiedenis constant op ideologisch correcte wijze herschreven en tekende je je vonnis met elk politiek-incorrect woord. Elk afwijkend denken werd daar onderdrukt en uitgebannen. Daar dreigen we nu heen gemanipuleerd te worden. 

Door de hele geschiedenis heen heeft de Bijbel haaks gestaan op menselijke filosofieën en goddeloze samenlevingen. Voor christenen breekt er daarom een heel moeilijke tijd aan als zij vast willen houden aan hun belijdenis. Wij zijn per definitie uitgesloten van de inclusiviteit.