De ideologie van het onmogelijke

De controverse over transgendersisme in de sport ging ook de Olympische Spelen niet voorbij. Bij het vrouwen gewichtheffen deed een Nieuw-Zeelandse biologische man mee die zich als vrouw identificeert. De 43-jarige Laurel Hubbard veranderde op 35-jarige leeftijd van man naar vrouw. IOC-richtlijnen uit 2015 staan Hubbard toe om aan de Olympische vrouwencompetitie deel te nemen zonder geslachtsveranderende operatie, maar wel onder voorwaarde dat twaalf maanden medicijnen genomen worden die het testosterongehalte tot onder een bepaalde waarde brengen. 

Op de Pacific Games van 2019 won Hubbard goud door twee vrouwen uit Samoa te verslaan. Het Olympisch Comité van Nieuw-Zeeland erkent dat ‘genderidentiteit bij sport een zeer gevoelige en complexe kwestie is’ en zegt te streven naar een evenwicht ‘tussen mensenrechten en eerlijkheid op het speelveld’. Maar was dit eerlijkheid? 

Is het eerlijk en verstandig om lichamen te gaan manipuleren met hormonen? En zijn de criteria die men stelt wel hard? Dr. Richard Budgett, de wetenschappelijk directeur van het IOC, bracht onlangs naar buiten dat bovengenoemde richtlijnen uit 2015 niet langer door de wetenschap ondersteund worden. Wat voorheen werd aangenomen als het laagste testosteronniveau bij mannen, blijkt nog lager te kunnen zijn. En testosterongehaltes bij biologische vrouwen blijken lager uit te kunnen vallen dan waar men voorheen van uitging. Zijn conclusie: “Overeenstemming over een ander getal is bijna onmogelijk en mogelijk irrelevant.” 

Door het absoluut stellen van de dubieuze genderideologie raakt onze samenleving de weg kwijt. Dat bewijst zich nu in de sport. Men wil sporters zelf laten bepalen of ze als man of vrouw mee mogen doen, afhankelijk van hoe ze zichzelf voelen, ongeacht een biologische sekse. Er wordt arbitrair onderscheid gemaakt op grond van testosterongehalte, alsof andere voordelen van een mannelijk lichaam geen rol spelen. Waarom sport niet indelen op basis van chromosomen? Dat is een eerlijk en hard gegeven en voorkomt dat sommige mannen misbruik maken door zich als vrouw te presenteren om meer kans op een medaille te hebben. 

En wat te denken van de Zuid-Afrikaanse hardloopster Caster Semenya. Ze wordt op toernooien uitgesloten van bepaalde afstanden, vanwege ‘oneerlijk voordeel’. Ze heeft van nature een ‘te hoog’ testosterongehalte. Ze voert al jaren een juridische strijd, omdat men haar dwingt testosteron verlagende medicijnen te slikken om deel te mogen nemen. In haar geval telt haar nadrukkelijke vrouwelijke identiteit ineens niet meer. En zij is niet de enige vrouwelijke sporter die op deze manier gediscrimineerd wordt. 

“Een man kan geen vrouw worden door zijn testosteron te verlagen. Vrouwen zijn geen hormonenspiegel,” stelt Fair Play for Women. Deze activistengroep verzet zich tegen deelname van biologische mannen in vrouwencompetities. Manipuleren van lichamen met hormonen voor sportprestaties gold in het verleden als doping en is nog steeds een heilloze weg. Mogen biologische vrouwen die zich als man identificeren nu testosteron-verhogende medicijnen nemen om mee te doen aan mannensporten? Dat klinkt onwaarschijnlijk, maar gezien het ideologische klimaat moeten we niet uitsluiten dat men zoiets actief gaat bevorderen om de ideologie te bevestigen. 

Dat Hubbard bij het gewichtheffen in Tokyo verloor, ‘bewees’ volgens een LGBT-activist dat transgenders in vrouwensport geen oneerlijk voordeel hebben. Onzin natuurlijk. Ook sommige mannelijke hardlopers zullen het afleggen tegen Sifan Hassan. Maar Hubbard’s deelname betekende wel de uitsluiting van een andere vrouwelijke Nieuw-Zeelandse gewichtsheffer. 

Het beleid rond transgenderisme in de sport lijkt gedreven te worden door blinde ideologie en niet zozeer door wetenschap of het nastreven van eerlijke sport. Het is te hopen dat de absurde consequenties die nu opdoemen, grenzen laten zien die de samenleving tot nuchterheid en realiteitszin zal terugbrengen.