Discriminatie van downers voor Britse Hoge Raad

In het Verenigd Koninkrijk mogen kinderen tot 24 weken geaborteerd worden. Behalve als het gaat om een kind met een handicap, zoals het Downsyndroom. Tot op het moment van geboorte mag er een einde gemaakt worden aan het leven van zo’n kind. Zelfs als het voldragen en verder gezond is. 

Dat is discriminatie, vinden verschillende mensen die zelf Downsyndroom hebben, of een kind met Down. Ze zijn naar de rechter gestapt en hun zaak heeft onlangs gediend voor de Hoge Raad. Ze vinden dat de grens voor abortus gelijk getrokken moet worden. Want wat is de impliciete boodschap als het ene kind na 24 weken zwangerschap wel beschermd wordt door de wet en het andere kind niet? 

De boodschap dat kinderen met Down minder welkom zijn ligt niet alleen in de wet verankerd, maar ook in de dagelijkse praktijk. Britse moeders verhalen hoe ze zich door zorgverleners onder druk gezet voelden om de zwangerschap te beëindigen. Een moeder vertelde dat ze zelfs bij de opwekking van de bevalling bij 38 weken zwangerschap nog expliciet de mogelijkheid tot abortus aangeboden kreeg, ook nadat ze meerder keren hadden aangegeven het kindje te willen houden. 

Door hun kwetsbare maatschappelijke positie, zijn kinderen met Down doorgaans afhankelijk van anderen om voor hun waardigheid te vechten. Maar steeds meer Down-kinderen volgen regulier onderwijs en nemen actief deel aan de maatschappij. Zij leren hun eigen zegje te doen. Zo ook Heidi Crowter, een 26-jarige vrouw met Down, die een MBO-studie volgt, getrouwd is en met haar man (die ook Down heeft) zelfstandig woont. (https://www.bbc.co.uk/news/uk-england-coventry-warwickshire-57089602)

Zij maakt zich zorgen dat informatie die ouders krijgen over down uit de tijd is en onnodig negatief over het opvoeden van een kind met down. En ze vindt het een verschrikkelijk idee dat mensen zoals zij heel vaak niet de kans krijgen om levend ter wereld te komen. 

Mensen zoals Heidi schijnen licht op de inconsistentie van de liberale wetgeving in verschillende Europese landen. In onze maatschappijen mag niemand achtergesteld worden omdat ze buiten de norm vallen. Onderscheid maken is verboden en er is allerlei wetgeving om de rechten te beschermen van religieuze, etnische en seksuele minderheden. Maar het wettelijk onderscheid dat in verschillende Europese landen gemaakt wordt op grond van chromosomen is vergaand, en dodelijk. 

Wat het Verenigd Koninkrijk betreft: zolang wettelijk wordt toegestaan en medisch wordt aangemoedigd om levensvatbare Down-kinderen te doden tot het moment van geboorte, geef je een zeer sterk signaal over de waarde van dit leven. Dat dit gevolgen heeft is duidelijk. In Engeland en Wales wordt na een prenatale down diagnose in 90 procent van de gevallen overgegaan tot een abortus. In de eerste helft van dit jaar ging dat om ruim 300 kinderen. 

Ja, een kindje met Down opvoeden kan allerlei uitdagingen geven. Wat die uitdagingen worden is bij de geboorte moeilijk te voorspellen, laat staan voor de geboorte. Het is een onzekere weg. In die weg verdienen gezinnen de steun van de maatschappij, zodat hun bijzondere kind kan bloeien en een waardig en vervuld leven leiden. Dat Down-kinderen vaak veel meer potentieel hebben dan we denken, laten vrouwen zoals Heidi zien. Laten we mensen zoals haar en ouders van Down-kinderen van harte ondersteunen als ze hun stem laten horen om deze schrijnende ongelijkheid te bestrijden.