Radicaal versus extreem

Het vaccineren van kinderen vanaf 12 tegen het covid-19 virus roept hier en daar felle protesten op. Een inhoudelijke en bezonnen discussie hierover zou nuttig zijn, maar in de coronadiscussie ontbreekt helaas vaak de nuance. Ik kwam een uitspraak tegen van iemand die vaccinatie van kinderen gelijkstelde aan de gruwelijke kinderoffers waar in Oude Testament tegen gewaarschuwd wordt. Dergelijke misleidende verbanden leggen een oneigenlijke druk op de discussie. 

Zo’n stellingname klinkt heel gedreven en heeft de schijn van radicale toewijding aan Gods Woord, maar is manipulatief bijbelgebruik en neigt in feite naar extremisme. Eerlijk gezegd zijn er steeds vaker reacties uit ‘bijbelgetrouwe’ hoek die rieken naar extreme standpunten en onverdraagzaamheid. Sommige reacties op een verslag op CIP van een preek van ds. Van Campen zijn daar een voorbeeld van. Ondanks de goed onderbouwde en genuanceerde benadering van deze predikant, suggereerden sommige critici op CIP en Facebook dat hij de Tweede Wereldoorlog ongetwijfeld Joden zou hebben verraden. Zulke extreme en vooringenomen reacties torpederen elke constructieve discussie. 

Sommige onderzoekers waarschuwen dat extreemrechts garen bij spint bij deze tendens naar extremisme onder conservatieve christenen. Die aantrekkingskracht is helaas soms wederzijds, waardoor het Evangelie in diskrediet dreigt te raken. Onlangs werd complotdenker Wouter Raatgever veroordeeld tot negen maanden cel, vanwege bedreigingen aan het adres van Jaap van Dissel en totaal ongefundeerde verhalen over een pedofielennetwerk en moord op kinderen in de gemeente Bodegraven. Deze complotonzin zette anderen aan tot onverantwoord en gevaarlijk gedrag. Voor de rechter verklaarde Raatgever: “Ik ben een kind van God en een gegijzeld vrij mens.” Daarmee presenteerde hij zich als een ‘vervolgd christen’. Hij werd inderdaad vorig jaar september gedoopt. Helaas lijkt zijn kerk beter in dopen dan in het opvoeden in Christus. 

Net zo goed als christenen niets bij extreemlinks en uiterst progressieve partijen te zoeken hebben, moeten zij zich ook verre houden van extreemrechts en rechts-populistische groeperingen. Christus wijst ons een andere en eigen koers: een radicaal Bijbelse koers. Dat wil niet zeggen dat wij ons niets moeten aantrekken of onverschillig zijn over wat er in de maatschappij gebeurt. Maar we moeten steeds beseffen burger te zijn van twee koninkrijken: een tijdelijk rijk hier en een eeuwig Koninkrijk. 

We moeten radicaal zijn in het volgen van Christus, ook ten aanzien van geboden die we soms liever negeren, zoals je vijanden liefhebben. Christus roept ons op ‘de keizer te geven wat van de keizer is’. Dat gaat over maatschappelijk zaken, over respect voor de overheid en over de orde die nodig is in een goed functionerende samenleving. De christen hoort een gezagsgetrouw en exemplarisch burger te zijn, die de boodschap van Christus niet in diskrediet brengt. Maar als de ‘keizer’ nadrukkelijk iets van ons eist dat ons dwingt ongehoorzaam te zijn aan Gods Woord, dan kunnen we daar niet in volgen, ongeacht de consequenties. 

Het is een privilege dat we nog steeds in een democratie leven, al staat ons bestel onder druk. Als we het oneens zijn met de overheid, kunnen we nog steeds via de geëigende kanalen in discussie gaan. We mogen radicaal zijn in onze stellingname, maar met respect voor de ander en met woorden die passen bij een volgeling van Christus.

Een meerderheid in onze samenleving wil een koers gaan varen die Bijbelse overtuigingen gaat uitsluiten als legitieme standpunten. Het moment kan komen dat we de overheid duidelijk moeten maken haar niet te kunnen volgen, zoals Petrus voor het sanhedrin. Maar altijd zo dat de naam van Christus niet gelasterd kan worden vanwege ons gedrag. Extremisme en onverdraagzaamheid hebben geen plaats bij Hem.