Samenwerken uit zelfbehoud

Het kan zo verleidelijk zijn. Als christenen maken we ons zorgen om allerlei dingen. Maar dan lopen we een groep tegen het lijf die één van die zorgen deelt. Er ontstaat een chemie tussen hen en ons, een soort gezamenlijke-vijand-gevoel. Wat ligt er meer voor de hand dan met elkaar in zee gaan om je gezamenlijke doel te bereiken?

Neem de genderideologie. Als christenen hebben we allerlei redenen om ons zorgen te maken over de gevolgen van modern opvattingen rondom genderidentiteit en de militante manier waarop dit aan de maatschappij opgelegd wordt. Ook buiten het christelijke kamp zijn er die deze zorgen delen. Kunnen we samen het gevecht aangaan, met bijvoorbeeld het Forum voor Democratie?

Een ander voorbeeld is abortus. Wat is en blijft het verschrikkelijk dat ongeboren kinderen de kans op leven ontnomen wordt. Moeten we ons dan met hart en ziel gaan verbinden aan de politieke partij die zegt bereid te zijn dit kwaad te bestrijden? Ook als de leider van die partij zich als een staatsgevaarlijke dictator gedraagt? Dat was de keus waar christenen in Amerika voor stonden in 2020. 

Dan heb je nog het gevaar van de radicale islam voor de samenleving, iets waar christenen door hun verbondenheid met de vervolgde kerk vaak goed van doordrongen zijn. Er zijn uitgesproken onchristelijke partijen die immigratie willen beteugelen of gewoon minder moslims willen. Moeten we hen onze stem geven? 

Ik voel me zeer ongemakkelijk bij dit soort allianties. Vaak komen ze voort uit angst om terrein te verliezen aan de ‘wereld’ de ‘seculieren’ of waar we ons ook maar door in het nauw gedreven voelen. In de Bijbel werd Israël er telkens voor gewaarschuwd om hun vertrouwen niet te stellen op allianties met andere landen als ze aangevallen werden. Daar moesten ze altijd een prijs voor betalen. Bovendien was het ten diepste een teken dat ze God niet genoeg vertrouwden. 

Oppervlakkig gezien lijkt het misschien of we een gezamenlijk doel hebben met bepaalde niet-christelijke partijen en organisaties, maar ten diepste heeft de kerk hele andere doelen. Ja, we maken ons zorgen over de invloed van de radicale islam op jongeren met een migratie-achtergrond. Maar wat willen we ten diepste als kerk? Niet dat moslims uit ons land geweerd of in hun vrijheid beperkt worden, maar dat ze het evangelie mogen horen en geloven en met ons deel worden van het lichaam van Christus. Dit doel strookt van geen kant met pseudo-romantische ideeën over een Europese beschaving die we moeten redden. 

Ja, wij willen dat ongeboren kinderen de kans krijgen om geboren te worden. Maar is dat wat de Republikeinse partij in Amerika drijft, of spannen ze de goedgelovige christenen voor hun karretje en gaat het hen uiteindelijk om de macht? En hoe zit het met het gendervraagstuk? Zijn onze Bijbelse overwegingen niet iets totaal anders dan de minachting voor LHBT’ers die je in sommige rechtse kringen vindt? Dat zou in elk geval zo moeten zijn. De business van evangelieverkondiging is het zoeken thuisbrengen van verloren mensen, niet minachting van alles wat niet voldoet aan een bepaalde culturele norm van man- of vrouw-zijn. En ja, het Bijbelse beeld van man- en vrouw-zijn gaat tegen elke cultuur in, ook tegen de cultuur van het Europa van voor de seksuele revolutie.

Samenwerking is soms wenselijk, maar de kerk moet daarin onafhankelijk zijn. We moeten weten wat we willen, en waarom, en ons niet mee laten slepen door populistische ideeën die lijken op christelijke idealen. Onze drijfveer moet liefde zijn, niet zelfbehoud. Dat behouden van de kerk, daar zorgt God uiteindelijk voor.