Wereldvreemde opdracht

Regelmatig lezen we berichten uit Afrika van moorden op christenen door radicale moslims. In Nigeria werden alleen al in de eerste vier maanden van dit jaar 1400 christenen vermoord door jihadisten. 

Wat voelen we als we dat tot ons door laten dringen? Boosheid? Haat? Haatgevoelens zijn heel natuurlijk en menselijk bij zulk nieuws. Maar hoe moeten we er als christenen op reageren? Of nog belangrijker, wat leert Jezus Christus ons? 

Op CIP.nl verscheen het bericht dat een christen in Uganda in opdracht van zijn moslimbaas vermoord zou zijn, omdat hij weigerde zich tot de islam te bekeren. De politie ging erop af om hem te arresteren. Maar zo’n vijftig christelijke dorpsgenoten van het slachtoffer waren de politie voor. Zij overvielen de verdachte, vermoordden hem en vernielden zijn bezittingen. 

Een vreselijk bericht in meerdere opzichten. De moord op onze broeder is verschrikkelijk, maar dat geldt ook voor de wraak van christenen op de vermeende dader. Wat ik nog moeilijker vond, was dat iemand in een felle reactie op het bericht de wraakactie leek te rechtvaardigen en elke kritiek op de wraakzuchtige christenen op voorhand veroordeelde. Zo’n reactie verontrust mij. Is dit een verschuiving in ons ‘christelijke denken’? 

In de kerkgeschiedenis zijn genoeg voorbeelden van ‘christenen’ die wraak genomen hebben op hun tegenstanders. Dat gebeurde vooral in de donkere middeleeuwen en andere zwarte bladzijden van de kerkgeschiedenis, toen het christendom ver van het ware Evangelie was afgedwaald. Maar de primitieve kerk, die zwaar vervolgd was, had een heel ander getuigenis nagelaten. Wat leerde Christus ons over het omgaan met onze vijanden? 

Op een vrouwenconferentie in Guinée-Bissau (West-Afrika) gaf een bevriend voorganger Bijbelstudies over de Bergrede. Velen van de vrouwen waren jonggelovigen. Toen de voorganger de woorden Jezus uitlegde, waar Hij zegt dat wanneer iemand ‘u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe’, reageerde één van de vrouwen verontwaardigd. “Dat is zot! Dat zal ik nooit doen!” Deze heel menselijke reactie laat zien dat zij nog weinig van het kruis van Christus had begrepen. 

In evangelisatie in West-Afrika ligt de nadruk tegenwoordig sterk op zegen, bevrijding en genezing. Dat trekt mensen aan. Dat het volgen van Jezus ook moeilijkheden, vervolging en lijden impliceert, blijft veelal buiten beeld. Enkele jaren geleden hielp ik een internationale Afrikaanse organisatie bij een onderzoek in kerken in Guinée-Bissau naar hiaten in het Bijbelonderwijs. Deze organisatie wil kerken voorbereiden op de toenemende dreiging van vervolging door de groei van de radicale Islam in Afrika. Eén van de belangrijkste hiaten is wat de Bijbel ons leert over het omgaan met tegenstand en vijandigheid. De kerken groeien daar hard. Dat geeft veel christenen een gevoel van kracht en neigt tot een houding van ‘wij zullen ons niet laten kisten.’ 

In het verleden, toen de kleine kerken waren en gelovigen het vaak moesten ontgelden in hun heidense omgeving, stond het kruis van Christus centraal in de prediking. Nu raakt dat onaantrekkelijke element op de achtergrond. Maar wordt hen dan wel de Christus gepredikt? 

Juist in haar ‘wereldvreemde’ reactie op vijandschap en haat, lag de kracht van de Evangelieverkondiging. Jezus ging ons voor en we moeten in ‘Zijn voetstappen treden’. Misschien zijn we dat verleerd. Dan mogen bovenstaande voorbeelden een waarschuwing voor ons zijn, want we staan in onze cultuur aan de vooravond van groeiende haat en tegenstand. Wordt het ‘hard tegen hard’ of, zoals Jezus ons leerde, ‘hart tegen hard’?