Internationale adoptie geen christelijk ideaal

Er wordt nog steeds flink gediscussieerd over de adoptiestop die de overheid in februari instelde. Daarbij zijn christenen vaak voorstander van adoptie. Het zorgen voor wezen zit immers in het christelijke DNA? En adoptie, het opnemen van een vreemdeling als deel van de familie, is een van de diepe mysteries van het evangelie zelf. 

Maar internationale adoptie is heel wat meer dan het helpen van wezen. Het kind wordt afgesneden van zijn wortels en herplant in vreemde grond. Het verliest zijn natuurlijke familie en gemeenschap, zijn cultuur en geschiedenis, zonder dat het kind hier enige inbreng in heeft. Dit is iets zeer ingrijpends, dat een kind voor de rest van zijn leven zal tekenen. Het groeit op in een land waar het altijd in de eerste instantie als vreemde gezien zal worden, in een familie waar vaak niemand op hem lijkt. 

Mag je dat zomaar doen? God heeft zo’n kind toch niet voor niets in de buik van die moeder laten groeien, in dat land, met die cultuur? Hebben wij als verre buitenlanders het recht om dat een kind te ontnemen? Kunnen wij bepalen wat goed is voor zo’n kind? 

“Ja, maar die kinderen hebben daar geen toekomst.” Dat kan inderdaad zo zijn. Maar waarom helpen we die kinderen en hun ouders niet daar? De Nederlandse praktijk leert dat als er alternatieven zijn, bijna niemand zijn kind afstaat voor adoptie. Het is immers zeer tegennatuurlijk voor een moeder om haar kind op te geven? In Nederland zijn er maar ongeveer tussen de 10 en 20 kinderen per jaar die ter adoptie worden aangeboden. 

Kinderen helpen betekent in de eerste plaats zorgen dat het trauma van adoptie waar mogelijk voorkomen wordt. Als de ouders zelf echt niet voor hun kind kunnen zorgen, dan zijn er wellicht familieleden of buren die (eventueel met financiële steun) dat wel zouden kunnen. Dan blijft het kind deel van zijn eigen gemeenschap.

De lastige waarheid is dat het geld dat adoptieouders over hebben voor een adoptie, heel vaak de adoptie had kunnen voorkomen. Daarmee had bijvoorbeeld de operatie voor de hazenlip makkelijk betaald kunnen worden. Of daarmee hadden de ouders hun schulden kunnen afbetalen en een huisje kunnen kopen. Of het was genoeg geweest om het kind tot zijn achttiende van voedsel en scholing te voorzien. Of wellicht alledrie.  

Maar zo werkt de adoptie-industrie niet. Die behartigt de belangen van de ouders die een kind willen, want dat is de betalende partij. Die wensouders hebben tienduizenden euro’s voor een adoptie over. Die vermogensongelijkheid ten opzichte van de mensen in het adoptieland, werkt onvermijdelijk corruptie in de hand. Het onderzoek van de overheid bevestigt alleen maar wat je eigenlijk op je vingers wel kan nagaan. Dat die corruptie inmiddels niet meer voorkomt lijkt me onwaarschijnlijk. Zolang er zulke grote bedragen gemoeid zijn met adoptie, is er een prikkel om adoptie in stand te houden, ook als het ‘aanbod’ van kinderen afneemt. En dan zijn misstanden zoals gedwongen afstaan van kinderen, kinderhandel en ontvoeringen helaas niet altijd te voorkomen, ondanks al onze goede bedoelingen. 

Ja, veel kinderen zijn dankbaar voor hun fijne adoptiegezin en de kansen die ze in Nederland gehad hebben. Dat neemt niet weg dat, in het algemeen, buitenlandse adoptie als systeem kinderen ernstig kan schaden en niet de beste manier is om kinderen in armoede te helpen. Nog afgezien van het trauma dat de biologische ouders meedragen. 

Kortom, buitenlandse adoptie is geen liefdadigheid. De drijvende kracht is in verreweg de meeste gevallen de kinderwens van de adoptieouders. Niet de wens van het kind, zijn familie of zijn volk. Daar moeten we eerlijk over zijn. 

Het andere waar we eerlijk over moeten zijn is de koloniale ondertoon van het hele buitenlandse adoptiegebeuren. Wij als rijke westerlingen vinden dat we het recht hebben om arme kinderen uit hun eigen land weg te halen. Wij ‘redden’ ze. Adoptiekindjes hebben ‘geluk’ dat ze zo goed zijn terecht gekomen. 

We zijn deze manier van denken zo gewend dat we er niet eens bij stilstaan. Maar hoe zouden we het vinden als rijke Chinezen of Arabieren ‘onze’ kinderen mee zouden nemen om daar op te groeien als Chinees or Arabier? Dat zou toch een schande zijn voor ons land? Kun je de psychologische impact voorstellen als je als blond jongetje opgroeit met Chinese ouders in Beijing? En als je later terug wil om je geboorteland en je biologische familie te bezoeken, dat je alleen Chinees spreekt? 

Kinderen een veilig thuis geven is inderdaad een christelijk principe. Duizenden Nederlandse kinderen hebben pleegzorg nodig. En er zijn vele manieren waarop wij mensen in armere landen kunnen helpen om voor hun eigen kinderen te zorgen in hun eigen omgeving. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen denkbaar, maar laten we als regel buitenlandse adoptie zo veel mogelijk voorkomen.