Een tegenhoudende macht

In Amerika hadden ze tot voor kort een president die liegen en beledigen als handelsmerk had. Ongelofelijk hoeveel mensen daar helemaal geen punt van maakten. En niet alleen in Amerika, ook in ons eigen landje had hij heel veel fans. De populistische partijen zagen in Trump een lichtend voorbeeld.

Maar Nederland is natuurlijk Amerika niet. Dezelfde mensen die Trump geweldig vonden, konden afgelopen donderdag in het Tweede Kamerdebat niet genoeg woorden vinden om de leugen van Mark Rutte te veroordelen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn meeste kennis uit de krant heb. Het debat bekijken ging boven mijn macht. Z’n hoog bloedhondengehalte kon ik even niet aan. Zeker gezien de tijd waarin het debat plaatsvond. De stille week. Daar zal in Den Haag toch niet alleen Mark Rutte aan gedacht hebben. De zelfbenoemde cultuurchristenen deden in elk geval wat in de Bijbel staat: ze hitsten het volk op.

Even een paar nuchtere opmerkingen. Misschien is het beter dat ook wij overgaan tot de regel dat een regeringsleider niet meer dan tweemaal vier jaar aan de macht kan zijn. Wereldwijd zien we dat die langregeerders het niet automatisch steeds beter gaan doen. Een tweede opmerking. Waarom roept er niemand op tot een pauze als een debat oververhit raakt? “Jongens en meisjes, we gaan even een of twee dagen pauzeren.” Het paasweekend was daar toch buitengewoon geschikt voor geweest. Na zo’n pauze heb je veel meer kans op weloverwogen beslissingen.   

En dan de pers. Wat een gehijg en wat een onverantwoord opvoeren van spanning. Als een belangrijke speler zich naar buiten waagt, staat hij of zij gelijk oog in oog met een soort executiepeloton. Sommige foto’s hadden veel weg van de plaatjes uit de stripboeken van Asterix en Obelix. Alle Romeinen richten hun speren op dat ene kleine mannetje. Voor de journalisten zou een paar dagen rust al helemaal geen kwaad kunnen.

Alleen Arnold Grunberg moeten we even door laten werken. Gisteren stond in De Volkskrant een buitengewoon lezenswaardig essay van zijn hand. Hij heeft wel naar het debat gekeken. “Toen ik de antidemocratische partijen zogenaamd in de naam van de democratie de messen in de rug van de premier zag steken, wist ik genoeg.” Ja, van die populistische partijen moest elke punt en komma in het openbaar komen. Lekker even de boel destabiliseren. Ook op dat punt sloeg de Kamer helemaal door. Alles openbaar is een fictie. Grunberg noemt een voorbeeld uit de Sovjettijd. De ingenieuze methode van de toenmalige geheime dienst in het communistische Tsjechoslowakije om dissidenten af te luisteren en hun privégesprekken te openbaren. Het bleek dodelijk voor de reputatie van menig dissident.

Het boeiendste punt uit Grunbergs verhaal is wat hij schrijft over een ophoudende of tegenhoudende macht, een begrip dat we ook uit het Nieuwe Testament kennen. Grunberg ziet Mark Rutte als zo’n tegenhoudende macht. De destructie van Rutte komt ten goede aan de antidemocratische machten. Ter lering wijst hij op de gebeurtenissen in Duitsland ten tijde van de Weimarrepubliek. De tijd dus die direct voorafging aan de Hitlerperiode.

“Een belangrijke les van Weimar is dat een onvolmaakte democratie kan worden uitgehold doordat links én rechts niet met die onvolmaakte democratie wensen te leven en het midden het verval wel best vindt. Een doorslaggevende reden voor mij om dat midden in deze tijd, waar en hoe zich dat midden ook voordoet, te ondersteunen.”

Er lijkt me veel goeds in deze redenering. Nu maar hopen dat het midden zichzelf niet nog meer ellende op de hals haalt. Eerlijk duurt het langst, ook voor een kabinet.