Vertrouwen in de minister-president?

Het is voor mij niet makkelijk om zoiets live te volgen. Een minister-president die onder handen wordt genomen door de Tweede Kamer, inclusief zijn eigen coalitiepartijen. Het was niet onverdiend. Maar toch, het is beschamend en pijnlijk om te zien. Sommige dingen mogen ze van mij in de achterkamertjes oplossen. Ik krijg liever achteraf een mededeling van de Kamervoorzitter die zegt: “Beste mensen. Er is een goed gesprek geweest met de heer Rutte over zijn onjuiste beweringen aangaande de heer Omtzigt. De fractievoorzitters en hijzelf zijn tot de gezamenlijke conclusie gekomen dat het landsbelang gediend zou zijn met een nieuwe premier. Onze dank gaat uit naar de heer Rutte voor zijn inzet in de afgelopen jaren.” Zo blijft er toch nog wat van je waardigheid als land en als voormalig premier over. 

Helaas, het werd een spektakel. En dat ligt op het bordje van Rutte zelf. Hij had er snel een eind aan kunnen maken. Maar hij gaf niet toe dat hij betrapt was en zei niet dat het hem speet dat hij niet de waarheid gesproken had. Hij nam niet de verantwoordelijkheid voor zijn falen. In plaats daarvan ontkende hij dat hij gelogen had en gooide het op vergeetachtigheid.

Veel mensen zullen zich daarmee kunnen identificeren. Ik vergeet voortdurend van alles. De afwasmachine aan te zetten. Verjaardagen van mensen die rekenen op mijn warme en tijdige felicitaties. Wanneer de uiterste datum is voor het inleveren van tweedehandsboeken voor de schoolbazaar. En in de lockdown weet ik ook wel eens niet welke dag het is. 

Het probleem met Ruttes vergeetachtigheid is dat het meerdere malen strategisch is ingezet om onder de consequenties van onacceptabel gedrag uit te komen. Dat je een keer iets heel belangrijks in je eigen voordeel vergeet, dat kan gebeuren. Als het twee keer gebeurt, is het al heel toevallig. De derde keer is het een patroon. Maar ik geloof dat dit niet eens meer de derde keer was. 

En toch, toen hem die spiegel voorgehouden werd, koos hij ervoor om zijn collega’s onder druk te zetten. Hij wilde dat ze zouden zeggen of ze hem vertrouwden en herinnerde hen aan alles wat hij in die jaren voor hen gedaan had. Hij beweerde bij hoog en bij laag dat het absurd was om te denken dat hij de boel stond te bedonderen. Daarmee bracht hij zijn collega’s in verlegenheid. Natuurlijk willen ze loyaal zijn en ongetwijfeld zijn er ook veel goede momenten geweest. Maar het inzetten van zo’n pressiemiddel is geen zuivere koffie. Het is een stuk gereedschap uit de koffer van machtsmisbruik. 

Zelfs in het zeer onwaarschijnlijke geval dat hij onschuldig was, had hij moeten toegeven dat hij onmogelijk van zijn collega’s kon verwachten dat ze hem nog geloofwaardig vonden. En daar had hij zijn conclusies aan moeten verbinden. Hij kan het vertrouwen niet terugwinnen door aan het pluche te plakken nu zijn politieke houdbaarheid verstreken is. Macht corrumpeert. Daarvoor hoef je niet naar Amerika of China te kijken. Zelfs nog dichterbij dan Den Haag, zien we dat proces in ons eigen hart. Macht moet geen macht over ons krijgen. Onze demissionaire minister-president heeft ons laten zien hoe het niet moet.