Moord als geestelijk wapen

De verkiezingscampagne en de uitslag laten ons vooral zien dat de tegenstellingen in onze samenleving groter worden. De taal in de campagne was vaak hard en hier en daar zelfs vijandig. Extreme ideeën en complot-denken nemen toe onder de bevolking. Dat wijst op een gebrek aan vertrouwen in de overheid en in elkaar. Links wantrouwt rechts en andersom, met als resultaat dat sommigen achterdochtig overal duistere motieven achter zoeken. Er is een agressieve verharding van standpunten tussen politieke tegenpolen. 

Dit chronische wantrouwen is niet uniek voor Nederland, maar lijkt een gevaarlijke ziekte die in de hele Westerse wereld woekert. In Amerika wordt de kloof tussen democraten en republikeinen langzaamaan onoverbrugbaar. Daar kan men blijkbaar nog alleen in termen van achterdocht en haat over andersdenkenden praten. Pogingen tot verzoening door gematigden worden door meer extreme elementen als verraad geïnterpreteerd. De houding van christenen zou radicaal anders moeten zijn, maar helaas is dat niet vanzelfsprekend.

Die gevaarlijke tendens kleurt het denken van de mensen en heeft funeste invloed op hun gedrag. Op 16 maart schoot in Atlanta (VS) een jongeman van 21 – een christen – acht sekswerkers van massagesalons dood. Zes daarvan waren Aziatische vrouwen. 

De reacties van Amerikaanse christenen op internet leken vaak bepaald door hun politieke vooroordelen. Tegenover degenen die begaan waren met de slachtoffers, toonden anderen juist begrip voor de moordenaar. Deze laatsten schoven de schuld af op ‘socialisten’ die verantwoordelijk zouden zijn voor immigratie. Zij veronderstelden dat deze Aziatische vrouwen ‘illegalen’ waren en slechts gekomen om mannen tot seks te verleiden.

Seksverslaving lijkt het motief van de dader te zijn geweest. Maar het getuigt van botte vooroordelen en bekrompen onverdraagzaamheid om de schuld te leggen bij de slachtoffers en bij politieke tegenstanders. Door de politieke polarisering interpreteert men zelfs zo’n tragische gebeurtenis vanuit wantrouwen en haat ten opzichte van ideologische tegenstanders. De realiteit wordt ingekleurd en aangepast aan de eigen vooroordelen.

De jonge dader blijkt een actief evangelisch christen te zijn, die worstelt met seksverslaving. Blijkbaar was hij een voormalig bezoeker van deze massagesalons. Uit wanhoop in zijn hopeloze strijd tegen de zonde, besloot hij met wapens de verleiding uit te roeien. 

Sommigen Amerikaanse christenen reageren door te stellen dat de dader beslist geen christen kan zijn. Maar is dat eerlijk? Welke rol speelt de Amerikaanse ‘christelijke cultuur’? De conservatief-evangelische beweging ziet (politieke) tegenstanders als een groeiende bedreiging en gebruikt steeds agressievere taal. Ze is doorgaans een gedreven voorstander van wapenbezit en fel tegenstander van immigratie. Ze schetst een demonisch vijandbeeld van andersdenkenden en stelt fictieve ‘helden’ als John Wayne en Braveheart als voorbeeld voor hun jeugd in het bestrijden van dat kwaad. Is het vreemd dat de verwarde dader zich in zo’n cultuur gedreven voelt de wapens te grijpen? Was er geen pastorale hulp in zijn gemeente?

Ook in ons land groeit het aantal christenen dat een vijandsbeeld hanteert van politieke opponenten en ongelovigen, maar ook van vluchtelingen en buitenlanders. Onderzoeken rond de verkiezingen lieten zien dat steeds meer conservatieve christenen zich aangetrokken voelen tot extreemrechtse partijen.

Jezus gaf een totaal ander voorbeeld. Hij wees een weg van verdraagzaamheid, van onbevooroordeelde empathie voor de naaste, zoals de Barhartige Samaritaan dat liet zien. Hij leerde over liefde die het kwaad overwint. Hij liet zien dat de weg van het lijden het krachtigste wapen is om deze wereld te winnen. Als Zijn kerk dat uit het oog verliest en zich verhardt, verliest het zout zijn kracht.