Vergiftigde democratie

Dat schriftelijk stemmen is niets voor mij. Te ingewikkeld en je bent het zicht kwijt. De keus was dus niet moeilijk. En ik wil dat ritueel rond het stemhokje en dat sfeertje op het stembureau ook niet missen. Al die mensen die daar in- en uitgaan. Je ziet aan hun gezichten en hun houding dat ze iets belangrijks aan het doen zijn. En voor een kort moment zijn we allemaal even belangrijk. Allemaal mogen we één stem uitbrengen. Ik wil het niet missen. Elk detail telt. Ook de enigszins afstandelijke houding van mijn vrienden achter het bureau. Ze vervullen een belangrijk ambt. Ze bewaken de democratie. Als ik met een kleinzoon (hij wil graag mee) naar het stembureau loop, ben ik me bewust van een bijzonder voorrecht. In vrijheid mag ik mijn stem uitbrengen. Wat een verschil met dictatoriale staten. Mijn kleinzoon (14) staat op gepaste afstand de zaak te observeren. Zo gaat dat dus. Er is dit jaar wel een extraatje bijgekomen. Mondkapje op en handen wassen.

Na deze verplichtingen meld ik me met mijn paspoort aan en krijg het stemformulier. In het stemhokje sta ik niet te twijfelen. De keus is al lang gemaakt. Tjonge wat een lap papier. Het vraagt enige handigheid om binnen de beperkte ruimte van het stemhokje je werk te doen. Ik krijg een ingeving om eerst te bidden voor de overheid. Sinds al die verwarring van het afgelopen jaar voel ik die aandrang sterker en frequenter. Het is goed om voor de overheid te bidden. Je geeft direct gehoor aan een Bijbelse opdracht.

Het mondkapje en die handwassing zijn niet het enige verschil met voorgaande verkiezingen. Er is iets buitengewoon bedreigends bijgekomen. Zeker, vroeger kon het er in debatten ook heftig aan toegaan, maar er bleef altijd respect voor elkaar en er bleef altijd een vorm van elegantie. Daar is nu weinig meer van over. Wantrouwen, verdenkingen, absurde beschuldigingen, het kan niet op. En als je ze maar vaak genoeg blijft herhalen, krijgen ze een plekje in de harten van de hoorders. Er heeft een kanteling plaatsgevonden waarvan we de consequenties nog niet kunnen overzien. Er is vergif gestrooid. ‘Ondermijning’ is een woord dat het gebeuren het beste weergeeft. Het fundament van onze democratie wordt gesloopt. Het kan zomaar instorten.

Het meest pijnlijke in deze ontwikkeling is het feit is dat christenen hier ijverig aan meedoen. Altijd had ik gedacht dat de evangelisch-orthodoxe stroming bescherming bood tegen dit soort verleidingen. Het lijkt niet afdoende. Ze staan in de rij van mensen die andersdenkenden beschimpen, minachten en verdacht maken van de verschrikkelijkste dingen. Je wordt er ziek van. En dan die wonderlijke fascinatie met pedoseksualiteit. Waar komt dat eigenlijk vandaan?

Er ligt voor volgelingen van Christus een belangrijke taak in het verschiet. Nee, alsjeblieft niet het veilige midden kiezen, maar nuchter, vastberaden, oprecht en geduldig doen wat ons in het Evangelie wordt opgedragen. Niet alleen Jezus’ naam noemen of de term ‘christendom’, maar Jezus liefhebben en volgen. Dat betekent ook lijden en slagen verduren. Volgens de woorden van Jezus hoort dat erbij. Je kunt dat een impotent christendom noemen. Maar de lijdende Christus zegt: ‘Volg Mij.’ Meer is niet mogelijk, minder is niet genoeg.