Onverdraagzaamheid

De recente mediarel rond schrijfster Marieke Lucas Rijneveld schetst een beangstigend klimaat in onze samenleving – een klimaat van onverdraagzaamheid en dwang tot politiek of cultureel correct denken. 

Rijneveld was door uitgeverij Meulenhoff gevraagd het indrukwekkende gedicht The Hill We Climb van de jonge Afro-Amerikaanse dichteres Amanda Gorman te vertalen, dat zij tijdens de inauguratie van Biden had voorgedragen. Welke reserves we ook mogen hebben bij de politiek van Biden, het gedicht van Gorman was een veelgeprezen hoogtepunt bij die gelegenheid. Het gedicht verwoordde pijn uit het verleden, eerlijkheid over het onvolmaakte heden, maar tegelijkertijd optimisme en hoop. Gorman zocht in haar gedicht naar verbinding. Het was een pleister op de wond van de diep verdeelde Amerikaanse samenleving. 

Uitgeverij Meulenhoff en de blanke Rijneveld werden door de zwarte journaliste Janice Deul fel aangevallen. De keuze zou onbegrip en zelfs woede opgewekt hebben bij niet-blanke kunstenaars. Als witte Europeaan zou Rijneveld zich niet goed in kunnen leven in de gevoelens van een zwarte dichteres. Daar mag zij niet aankomen. Geschrokken van de rabiate reacties trok Rijneveld zich terug en bood vreemd genoeg haar excuses aan.

Waarom excuses? Ze had op volkomen legitieme wijze een opdracht van een uitgever aangenomen. Had ze iets misdaan? Natuurlijk niet. Meulenhoff is een gerenommeerde uitgever die haar uitkoos om haar kwaliteiten, overigens met instemming van de dichteres zelf. Maar ja, sommigen zijn ‘roomser dan de paus’ en menen te mogen bepalen hoe de samenleving moet denken. ‘Soort bij soort’ is de doctrine van Deul. Maar met zo’n opstelling bereik je geen geïntegreerde samenleving. Dan houd je juist strikt gescheiden samenlevingen in stand, zonder kruisbestuiving, een soort apartheid. 

Sommigen probeerden de angel van het raciale probleem uit de kritiek te halen, door de professionele geschiktheid van Rijneveld in twijfel te trekken. Maar dat is als het oordelen over de smaak van een cake, voordat die gemaakt is, op grond van vermeende ongeschiktheid van de kok. En Rijneveld excuseerde zich niet voor gebrek aan kwaliteiten, maar vanwege het ‘kwetsen van gevoelens’. 

Gelukkig durven sommigen nog in te gaan tegen zulke culturele onverdraagzaamheid. De Turks-Nederlandse schrijver Özcan Akyol vond het een belachelijke gang van zaken en noemde het ‘doorgeschoten woke-isme’. “Als je mensen op hun pigment gaat aanspreken, krijg je een heel gevaarlijke samenleving.” Inderdaad. Welk beleid moet je dan gaan voeren? Mag alleen een puur witte Nederlander een Nederlands literair werk in het Chinees vertalen, of mag alleen een Senegalese vertaler een Nederlandse versie van een boek van een Senegalese schrijfster produceren? 

Dit soort zonde tegen ‘correct denken’ wordt in het Engels ‘cultural appropriation’ genoemd: ‘culturele toe-eigening’. In Amerika heeft dit er al toe geleid dat radicale ‘Woke’ activisten, die zeggen te strijden voor ‘sociale gerechtigheid’, bijvoorbeeld te hoop liepen tegen een Aziatisch restaurant omdat de eigenaar geen Aziaat was. Er is geen wet die dat verbiedt, maar de druk werd zo groot dat de eigenaar opgaf. 

Onderhuids racisme is in onze samenleving nog steeds een reëel probleem en wordt door velen ervaren. Maar het werkt averechts om alles bij voorbaat vanuit raciaal perspectief te benaderen. Zulk ideologisch despotisme leidt uiteindelijk tot het vergroten van verdeeldheid en antagonisme. Gelukkig heeft Meulenhoff de vertaalopdracht niet aan Janice Deul gegeven, want ik denk dat zij het gedicht van Gorman maar ten dele heeft begrepen.