Privilege

Voor veel vrouwen is het een bekend gevoel, vooral voor vrouwen met een goede opleiding of professionele ervaring. Je zit in een vergadering of bij een congres en het woord wordt gevoerd door een man, die duidelijk veel minder gekwalificeerd is om over het onderwerp te spreken dan jij. Toch staat hij vooraan. Misschien vanwege het onterechte zelfvertrouwen dat hij uitstraalt. Maar waarschijnlijk gewoon omdat hij een man is. 

Veel vrouwen ervaren dat hun mening minder snel serieus genomen wordt en hun capaciteiten vaker onderschap worden dan die van mannen. Bij voorbaat wordt er vaak al vanuit gegaan dat ze minder weten over een onderwerp of minder capabel zijn dan een willekeurige man. Ze moeten het tegendeel eerst bewijzen. De term ‘mansplaining’ komt niet uit de lucht vallen. Op sociale media zie je prachtige voorbeelden voorbij komen. Allerlei willekeurige mannen die zonder enige kennis van zaken vrouwelijke professoren uitleggen hoe het nu echt zit met het onderwerp waar zij op gepromoveerd zijn. 

Maar in de kerk kunnen we er ook wat van. Mannelijke theologen die precies weten hoe vrouwen in elkaar zitten en van welke rol in de samenleving ze het gelukkigste worden. Of erger nog, die precies denken te weten wat de relationele en seksuele behoeften van vrouwen zijn, gebaseerd op een paar algemene vooroordelen en (hopelijk alleen) hun ervaring met hun eigen vrouw. 

Soms kun je er om lachen, maar vaak is het ook gewoon pijnlijk. Daar zit je dan op een christelijke conferentie, met gekromde tenen je tijd te verspillen. Of zie je kundige vrouwen zuchten onder het leiderschap van een christelijke directeur die voortdurend brokken maakt die zij dan weer moeten opruimen. Maar niemand denkt eraan om hen die positie te geven. Niet omdat ze principiele bezwaren hebben tegen een vrouwelijke directeur, maar gewoon omdat het niet bij ze opkomt. 

Ook in Westerse culturen met al hun gendergelijkheid, is die vanzelfsprekendheid om vrouwen over het hoofd te zien voor bepaalde taken en functies nog steeds aanwezig. Dat hoeft geen kwaadwillendheid te zijn, vaak is het gewoon een bepaalde blindheid, ingegeven door je eigen privilege. En nee, privilege is geen vies woord voor christenen omdat het door ‘linkse types’ gebruikt wordt. Het is de realiteit van het menselijk bestaan dat het gewoon moeite kost om je in te leven in de problemen van een groep waartoe jezelf niet behoort. Als je altijd geestelijk sterk geweest bent, kun je je moeilijk inleven in iemand die worstelt met depressie. Als je lichamelijk fit bent, in een chronisch zieke. Als je blank bent, in iemand die zwart is. Als je rijk bent, in iemand die arm is. Als je uit een veilig gezin komt, in iemand die misbruikt is. Als autochtoon in een immigrant. 

Het is heel makkelijk om over andere groepen te praten, maar eerst echt luisteren is belangrijker. En nog belangrijker; mensen zelf aan het woord laten. Zoals bijvoorbeeld Lukas doet in zijn evangelie als hij Maria aan het woord laat. Ze prijst God die naar haar lage status heeft omgezien en haar heeft verhoogd. Een arm meisje uit een onbeduidend dorpje wordt op het Bijbelse podium gezet om aan de wereld bekend te maken wat God gedaan heeft. Terwijl Zacharias, de priester, nog even moet zwijgen.