Cherrypicking-boeddhisme

Het gras bij de buren is altijd groener. Ook als het gaat om religie. Zo heeft het boeddhisme bij ons een puur, ongerept en geweldloos imago. Vandaar misschien dat onze Intratuins en Xenossen wel vergeven zijn van rondbuikige Boeddha’s, maar je er nooit een Christusbeeld aantreft? Uitdrukkingen als ‘je helemaal zen voelen’ zijn bij jongeren volledig ingeburgerd.

Is het boeddhisme inderdaad religie in pure, ongerepte en geweldloze vorm, zonder die nare stekels? Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies en boeddhisme-kenner, prikte onlangs in het Nederlands Dagblad een paar boeddhisme-ballonnen lek. Volgens hem heeft de Westerse variant van het boeddhisme vrijwel niets te maken met de praktijk van deze religie in Azië. “Die romantisering van het boeddhisme verbaast mij. (…) Je hoort mensen wel zeggen dat boeddhisme de enige religie is waarin man en vrouw gelijk zijn. Dan zeg ik: ho! In Azië is dat niet zo; daar staat de hoogste non lager op de ladder dan een jongetje dat gisteren is geïnitieerd. Ook het idee dat het de enige religie is die nooit aanleiding gaf tot een oorlog – Erica Terpstra zegt dat – klopt niet. Sla de boeken er maar op na: het is een en al oorlog in Azië en het boeddhisme doet er even hard aan mee.”

Is het boeddhisme, vanuit christelijk perspectief, los verkrijgbaar, zonder dat je je verbindt aan het kwade? Van der Velde noemt dat een ‘reële vraag’. “In Azië is er geloof in geesten die bezit van je kunnen nemen. Overleden voorouders reïncarneren in principe, maar in het alledaagse leven kunnen ze ook als nare geesten in dromen van kinderen verschijnen. Westerse boeddhisten doen dus aan cherrypicking, selectief winkelen. Ze willen een boeddhisme vrij van vrees en met een lachende Dalai Lama. Maar het Tibetaanse boeddhisme kent veel angst. In Tibet zijn goden met gruwelijke verschijningsvormen nadrukkelijk aanwezig en mensen zijn er bang voor. Maar als je ze op de juiste wijze vereert, dán beschermen ze je.”

Van boeddhistische meditatie hoef je je ook geen romantische voorstelling te maken. Die meditatie is niet gericht op het ‘hier en nu’, maar bedoeld om slecht karma kwijt te raken en uiteindelijk aan het eindeloze patroon van wedergeboren worden te ontsnappen. Een lange lijdensweg. Van der Velde: “Jonge monniken moeten zich oefenen in meditatie door urenlang stil te zitten. Ze krijgen veel last van aambeien.”

“Ik zie vaak dat mensen in de worsteling van hun leven hun eigen, gigantisch rijke traditie loslaten,” zegt Van der Velde. Dus toch even nadenken voor je Boeddhabeelden bij de Xenos inslaat en je je onbesuisd onderdompelt in zen-meditatiecursussen? Voor je het weet laad je een juk op je schouders waar je de inhoud en geschiedenis amper van kent. “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn,” zei iemand ooit tegen mensen die dreigden te bezwijken onder loodzware religiejukken. “En Ik zal u rust geven.”