Borsten als geboorteafwijking

De Toezichthouder Verzekeringen van de Amerikaanse staat Californië heeft benadrukt dat ziektekostenverzekeringen verplicht gesteld zijn operaties voor geslachtsverandering te vergoeden, ook voor minderjarigen. 

Voorheen werden deze operaties als ‘cosmetisch’ gezien en daarom niet vergoed. Nu worden ze als ‘reconstructief’ gedefinieerd. Bij een wens voor geslachtverandering worden gezonde borsten geclassificeerd als ‘abnormale structuren van het lichaam, veroorzaakt door aangeboren afwijkingen, ontwikkelingsafwijkingen, trauma, infectie, tumoren of ziekte’. De laatste drie redenen zijn vanzelfsprekend. Bij borstkanker is borstamputatie een levensreddende handeling. Maar het duiden van gezonde borsten als ‘abnormale structuur’ en als ‘geboorteafwijking’ omdat men zich geen vrouw voelt, is aanvechtbaar, zeker als het jonge pubers in ontwikkeling betreft. En daar ging het over in deze zaak. 

Door borsten als ‘abnormaal weefsel’ of ‘geboorteafwijking’ te classificeren, wordt het een puur medische ingreep in plaats van een cosmetische. Met dit argument wordt, in het geval van minderjarigen, tevens de hobbel van ouderlijke toestemming omzeild. De wet op verzekeringsdekking spreekt van operaties die ‘functies verbeteren’ of ‘voor zover mogelijk een normaal uiterlijk creëren’ en verbiedt discriminatie ‘op basis van werkelijke of waargenomen geslachtsidentiteit…’ Het is niet moeilijk om te zien dat er grote gaten te schieten zijn in deze ‘logica’. Zelfs het WPATH (World Professional Association for Transgender Health) geeft toe dat er momenteel te weinig bewijs is over de uitkomst op lange termijn bij gendertransitie in de vroege kinderjaren en dat 73 tot 88 procent van die kinderen die lijden aan genderdysforie, zich zullen afstemmen op hun geboortegeslacht als ze de puberteit op natuurlijke wijze mogen doorlopen.

Het Travistock-proces in Engeland van eind vorig jaar zou een rode vlag moeten zijn. Daar klaagde een voormalig transgender, Keira Bell, de Travistock genderkliniek aan, omdat zij haar als 16-jarige aangemoedigd hadden in een transitie van meisje naar jongen, zonder de oorzaak van haar genderdysforie grondig te onderzoeken. Immers, in de genderideologie bestaat maar één oorzaak: het moet aangeboren zijn. Vier jaar na de transitie besefte Keira een grote fout te hebben gemaakt. Haar genderdysforie had psychische oorzaken. Verontruste medewerkers van de Travistock kliniek hadden al eerder aangeven de werkwijze onverantwoord te vinden. Keira won het proces en daarmee lijkt de deur naar bezinning en discussie op een kiertje te staan. 

Maar de trein van de transgenderideologie dendert voort met een benauwend fanatisme dat geen ruimte voor andersdenkenden tolereert. En haar invloed lijkt dictatoriaal. Dat bleek deze week toen de Twitteraccounts van twee Amerikaanse christelijke organisaties afgesloten werden, omdat zij in een bericht de onderminister voor gezondheidszorg in de Biden-regering, die transgender is, omschreven als ‘een biologische man die zichzelf identificeert als vrouw’. In de ogen van Twitter was dat ‘haatdragend’. Je mag vragen stellen bij de wijsheid van de formulering in de Twitter-berichten, maar afgezet tegen zoveel echte uitingen van haat op de sociale media, is Twitters reactie alleen te verklaren als toegeven aan de dwang van de genderideologie.

Het zijn overigens niet alleen christenen die moeite hebben met deze ideologie. De voorzitster van een comité van de feministische organisatie WHRC (Women’s Human Rights Campaign) omschreef het bovengenoemde beleid van Californië als schandalig en een belediging voor vrouwen. “De medisch onnodige verminking van vrouwelijke lichamen op het altaar van een ideologie die onze tieners probeert te hersenspoelen om te geloven dat ze verkeerd geboren zijn, is ronduit kwetsend en schadelijk.” Onnodige verminking is een eerlijkere definitie dan ‘verwijderen van abnormale structuur.’