Pijnlijk (on)gelijk

Vorige week stonden de vervolgde christenen weer even in de schijnwerpers. Open Doors publiceerde de jaarlijkse Ranglijst Christenvervolging. Er was weinig goed nieuws te melden. “Geweld tegen vervolgde christenen steeds heviger.” Afgelopen jaar werden 4700 christenen vanwege hun geloof vermoord. Wereldwijd gaan er 340 miljoen christenen gebukt onder vervolging. Het brandpunt van de vervolging ligt op het ogenblik in Afrika. In het gebied tussen het islamitische noorden en het christelijke zuiden. 

In Nigeria is de strijd het hevigst. “Voor christenen in Nigeria is wel of niet naar de kerk gaan een keuze tussen leven en dood.” Maar de vervolging blijft niet beperkt tot Afrika. Noord-Korea voert nog altijd de lijst aan. En in het grote China neemt de druk op de kerk nog dagelijks toe. Uit India en Pakistan horen we hartverscheurende verhalen. Turkije is ook een sterke steiger. En in Zuid-Amerika lijden de christenen onder het geweld van bendes. Volgens de directeur van Open Doors is vervolging van christenen niet uit te bannen. “Wat we wel willen bewerken is dat niemand alleen zal moeten lijden, maar altijd die verbinding met het lichaam van Christus wereldwijd zal ervaren. Door gebed en concrete hulp.”

Wat een enorme aantallen en wat een onbeschrijfelijk lijden. “Cijfers over christenvervolging te groot om te bevatten,” kopte het Nederlands Dagblad. Toch zijn er politici die het voor elkaar krijgen het niet te zien. Op het gebied van de mensenrechten is er iets vreemds aan de hand. Als het gaat over vervolging, worden christenen lang niet altijd genoemd. Onlangs las ik een bericht over China. Uitgebreid werd stilgestaan bij de vervolging van de Oeigoeren en ook de vervolging van de Falun Gong kwam aan de orde, maar de vervolging van christenen bleef onbenoemd. Toch vormen zij de grootste groep vervolgden in China. Kennelijk ligt het christelijk geloof gevoelig in het post-christelijke westen.

Afgelopen dinsdag, 19 januari, vergaderde het Europees parlement over de aantasting van de mensenrechten wereldwijd. Ook daar werden christenen niet specifiek benoemd. Europarlementariër Bert Jan Ruissen (SGP) vindt dat ‘bizar’. Christenen zijn wereldwijd de grootste groep vervolgde gelovigen, dat kun je niet onbenoemd laten. Hij is ook niet te spreken over de voortdurende vertraging rond de benoeming van de nieuwe gezant voor vrijheid van religie en geloof. Een groep Europarlementariërs onder leiding van Sophie van ‘t Veld van D66 voerden een tegenactie. “Zij willen niet langer een EU-gezant die zich in streng-religieuze, christelijke kringen begeeft.” Een interessante opmerking.

Het feit wil dat vervolgde christenen over het algemeen geen lauwe christenen zijn. Het zijn degenen die dapper volharden, degenen die het Evangelie actief uitdragen, degenen die niet zelden in hun eentje de totalitaire overheid durven te weerstaan. Ze zijn christen met hart en ziel, en ja, hun agenda komt op verschillende punten niet overeen met de seculiere agenda van D66. Maar moeten we ze daarom links laten liggen? Moeten ze om hulp en aandacht te krijgen eerst hun geloof aanpassen aan de beginselen van de seculiere partij? De vraag rijst: Wat hebben vervolgde christenen te verwachten van een post-christelijk Europa? Het begrip ‘gelijkheid’ is toch iets ingewikkelder dat het op het eerste oog lijkt.