CDA krabbelt terug met onderwijsvrijheid

De discussie over het reformatorisch onderwijs, en dan met name rond de zogenaamde anti-homoverklaring, ligt nog vers in het geheugen. Hoe ver strekt de vrijheid van onderwijs? Daar gaat het om. Er was in die discussie veel onduidelijkheid. Wat wel duidelijk is, is dat het reformatorisch onderwijs zich wil laten leiden door de Bijbel, ook op het gebied van de seksualiteit. Is daar nog ruimte voor? Dat is de eigenlijke discussie. 

Omdat onze samenleving zich steeds verder van de Bijbelse boodschap verwijdert, wordt de spanning steeds groter. Gelukkig is er een bliksemafleider: de grondwet. Artikel 23 staat garant voor de vrijheid van onderwijs. Maar dat is toch niet zo massief als het lijkt. Wetten zijn te interpreteren en als je genoeg steun kunt vergaren, kun je wetten veranderen. Ook artikel 23. Maar je kunt hem ook verdedigen.

Artikel 23 wordt gekoesterd door de christelijke partijen. Terecht. Er is heel lang en volhardend voor gestreden en het gaat om een uiterst belangrijke zaak. Het geeft ouders het recht om hun kinderen te laten onderwijzen in hun eigen levensrichting. Vooral de kleine christelijke partijen staan altijd direct op scherp als er discussie ontstaat over artikel 23. Ze werden daarbij altijd gesteund door hun grote broer: het CDA. Maar dat lijkt niet meer vanzelfsprekend. 

Afgelopen weekeinde vond het CDA-verkiezingscongres plaats. Daar werd duidelijk dat het CDA voor wat betreft de vrijheid van onderwijs een stap terug zet. In het conceptverkiezingsprogramma werd nog gesproken over ‘de ruimte voor bijzondere scholen te beschermen om zelf invulling te geven aan het onderwijs op basis van godsdienst en levensovertuiging’. Het benoemt precies dat waar het om gaat. Maar op advies van het landelijk bestuur van de partij kwam er een nieuwe formulering. Hieronder de oorspronkelijke en de nieuwe formulering.

De oorspronkelijke tekst uit het verkiezingsprogramma: “De vrijheid van onderwijs staat onder druk en wordt steeds verder ingeperkt. Wij staan pal voor de vrije keuze van ouders om de school te kiezen die past bij de opvoeding van hun kinderen. Met een goed toezicht op kwaliteitseisen en strenge handhaving zorgen we dat kinderen op elke school goed onderwijs krijgen. Daarmee beschermen wij de ruimte voor bijzondere scholen om zelf invulling te geven aan het onderwijs op basis van godsdienst of levensovertuiging.”

De nieuwe tekst luidt: “De vrijheid van onderwijs staat onder druk en wordt steeds verder ingeperkt. Wij staan pal voor de vrije keuze van ouders om de school te kiezen die past bij de opvoeding van hun kinderen, zoals staat in artikel 23 van de grondwet. Maar dit artikel van de grondwet mag geen vrijbrief zijn voor intolerantie of inperking van elkaars rechten op scholen. Met een goed toezicht op kwaliteitseisen en strenge handhaving zorgen we dat kinderen op elke school goed onderwijs krijgen.”

Geen kleine aanpassing. En de aanpassing lijkt duidelijk geïnspireerd door de recente discussie over het reformatorisch onderwijs. Ook de problemen rond islamitische scholen zullen zeker meegespeeld hebben. Hoe dan ook, het lijkt nu meer op zelfcensuur dan op vrijheid. De ‘ruimte’ waarover in de eerste formulering wordt gesproken, wordt ongevraagd beperkt: ‘geen vrijbrief voor intolerantie of inperking van elkaars rechten’. Een wonderlijke redenering. De grondwet is daar toch voor bedoeld? Artikel 23 is er om intolerantie en inperking tegen te gaan. Hebben ze er bij het CDA rekening mee gehouden dat seculieren ook intolerant kunnen zijn? De homobeweging bijvoorbeeld ziet weinig mogelijkheden naast hun eigen opvattingen, sterker nog, ze mogen niet bestaan. Een vrij land kan niet zonder artikel 23.