‘Stochastisch’ terrorisme

Verscheidene Amerikaanse commentatoren waarschuwden de afgelopen paar weken voor ‘stochastisch’ terrorisme. (Stochastisch betekent ‘afhankelijk van een bepaalde kans of toeval’). Zij wezen erop dat Trumps rabiate en agressieve taal waarmee hij zijn valse claims van verkiezingsfraude blijft verkondigen, individuen in zijn fanatieke achterban kan aanzetten tot geweld. 

‘Stochastisch terrorisme’ is een onbekende, maar wel heel actuele term. Het wijst op het gebruik van massamedia tegen een bepaalde persoon of groep, waarmee haat en vooroordelen opgewekt worden. Hoewel er niet openlijk tot geweld wordt opgeroepen, kan dit inspireren tot terroristische daden die ogenschijnlijk spontaan opkomen. 

We kunnen daarbij denken aan zogenaamde ‘lone wolfs’, terroristen die alleen lijken te opereren, maar duidelijk geïnspireerd zijn door extreem gedachtegoed op internet. Denk aan de terroristische aanslag op twee moskeeën in Nieuw-Zeeland. 

De vrees voor stochastisch terrorisme in de nasleep van de Amerikaanse verkiezingen is heel reëel. Hoe meer Republikeinse leiders accepteren dat Biden de verkiezingen op eerlijke manier gewonnen heeft, hoe agressiever Trump zich tegenover hen opstelt. Zelfs trouwe medestanders, zoals procureur-generaal Barr, senaatvoorzitter McConnell en zelfs vicepresident Pence zijn om die reden in ongenade gevallen. Verscheidene andere Republikeinse leiders die de verkiezingsuitslag verdedigen, hebben te maken met ernstig verbaal geweld en zelfs met doodsbedreigingen vanuit de achterban. Sommigen worden nu permanent bewaakt. 

Hoe ‘stochastisch terrorisme’ zelfs onbedoeld opgewekt kan worden, blijkt uit het getuigenis van voormalig anti-abortusactivist en predikant Robert Schenck. Jarenlang voerde hij met felle retoriek een agressieve kruistocht tegen abortus vanuit een sterk gepolitiseerde visie op het Evangelie. Dat soort activisme leidde in Amerika driemaal tot moord op abortusdoktoren. Na de laatste moord, gepleegd door iemand uit zijn directie omgeving, drong het tot Schenck door dat hij medeverantwoordelijk was voor die daad. Hij kwam tot inkeer. Hij besefte dat hij een verwrongen idee van het Evangelie had. Hij is nog steeds tegen abortus, maar ging begrijpen dat wij geroepen zijn om het Evangelie te brengen in liefde en waarheid, en niet door anderen te demoniseren en als vijanden te bejegenen. 

Een ander voorbeeld van het misbruik van de media was het ‘pizzagate affaire’ uit 2015, die door complotdenkers op internet werd verspreid, die een fundamentalistische christen aanzette om een pizzeria in Washington gewapend binnen te vallen, om daar te ontdekken dat het complot niet bestond. (zie Zaut 4-9-2020). Pizzagate was de voorloper van QAnon, de internetcomplot sekte die inmiddels miljoenen fanatieke gelovigen kent, en die de meest bizarre leugens en beschuldigingen de wereld in stuurt. Trump heeft verscheidene malen sympathie voor deze complot sekte geuit. QAnon heeft misleide mensen al aangezet tot haat en verbaal geweld, dat makkelijk om kan slaan in fysiek geweld. Verscheidene rechtsextremistische en neofascistische milities hebben al aangegeven slechts te wachten op een teken van Trump om in actie te komen. En nu Trump zijn achterban heeft opgeroepen om op 6 januari naar Washington te komen om de bevestiging van de verkiezingsuitslag in het Congres te beïnvloeden, is het niet ondenkbaar dat sommigen van hen geloven dat Trump geweld van hen verwacht. Het is verontrustend te zien hoeveel verbaal geweld en felle polarisatie er is op internet, maar triester nog is het dat zoveel evangelische christenen hieraan meedoen. Hoe anders is het voorbeeld van Jezus, van wie de Bijbel getuigt: ‘Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal op de pleinen zijn stem horen’ (Matth. 12:19-20) en dat Hij ‘als Hij leed, niet dreigde’ (1 Petr. 2:23).