Mag het een onsje minder zijn?

De bevindingen van de Tweede Kamer-commissie over het drama rond de kinderopvangtoeslagenaffaire waren schokkend. Politici reageerden verbijsterd toen zij vandaag (17-12) reageerden op het rapport. Eigenlijk is dat vreemd, want al ruim drie jaar lang vroegen Kamerleden Pieter Omzigt (CDA) en Renske Leijten (SP) met klem aandacht voor deze zaak waarin zij zich hadden vastgebeten. Ook binnen de Belastingdienst trokken enkelen aan de bel, maar dat werd onderdrukt. Al enkele jaren verschijnen in de media dramatische verhalen van onrecht dat deze ouders is aangedaan. En voor wie de commissieondervragingen heeft gevolgd, was dit rapport niet schokkend meer. De conclusie van de commissie is dat het niet slechts ongelukkige fouten of falend beleid betrof. Het ging om systematisch wegkijken, verbergen van misstanden, traineren van bezwaarschriften, bewust negeren van rode vlaggen. Het rapport stelt terecht dat het hier gaat om ‘ongekend onrecht’ en dat de ‘rechtsstaat geweld aan is gedaan’. Om het in onversneden Nederlands te zeggen: het gaat om misdaad. 

Ook premier Rutte werd gevraagd naar een reactie. Hij leek aangedaan. Ik graag geloven dat hij nu begaan is met het lot van de slachtoffers, maar iets in zijn woorden gaf mij een vreemd gevoel. Op een gegeven moment had hij het over het falen van de rechtsstaat die ‘ons juist moet beschermen’ tegen machtsmisbruik en willekeur van de overheid. 

Ik val over het woordje ‘ons’, waarmee Rutte zich ineens plaatst aan de kant van de slachtoffers, terwijl hij juist aan de top van het overheidsapparaat stond, dat verantwoordelijk is voor dit misbruik dat gezinnen en levens verwoest heeft. 

Uit de commissieverhoren bleek dat de politieke top het beleid ten aanzien van de toeslagen initieerde en een bijzonder strenge aanpak stimuleerde. De regering zal zeker geen opdracht tot misbruik gegeven hebben, maar diezelfde politieke top negeerde wel stelselmatig de signalen van misstanden. De premier gaf voor de commissie zelf toe dat de slachtoffers in hun nood ‘de overheid tegen zich zagen.’ Maar wie is die overheid? In de verhoren wees de top van de belastingdienst naar de politiek en de top van de politiek naar de belastingdienst. Wie is de uiteindelijke verantwoordelijke? Dat is de regering. En tien jaar lang waren dat de kabinetten die geleid werden door premier Rutte. Hij is een bekwaam premier, maar wel één die een krachtig stempel drukt op het hele beleid. Hij had ook de macht om druk te zetten achter een oplossing, waar de slachtoffers nog steeds op wachten. Dat deed hij niet. ‘Het is moeilijk, het is ingewikkeld’ zijn de excuses die de regering al een paar jaar hanteert. Het ‘ons’ van premier Rutte is misleidend taalgebruik. Rutte staat bekend als een politicus met een gewiekst taalgebruik. Met deze ‘taaltruc’ positioneert hij zich ineens aan de kant van potentiële slachtoffers. Dat is een schijnheilig ‘ons’. Is dit misschien een weloverwogen strategie om te proberen dit schandaal politiek te overleven. Het zou hem gesierd hebben als hij openlijk had toegegeven dat hij degene is die de willekeur van de overheid in deze zaak vertegenwoordigt en dat hij en zijn drie kabinetten verantwoordelijk waren voor het aantasten van de rechtsstaat. Ik kan me voorstellen dat dit ‘ons’ wel heel wrang overkomt op de echte slachtoffers. De ernst van de conclusies van het rapport zou naar mijn mening maar één reactie van de premier rechtvaardigen: verantwoordelijkheid nemen en aftreden. Een ‘onsje’ minder is in deze zeer gewenst.