Irritante christenen

Janet Daby, een parlementslid van de Engelse Labour party, heeft haar functie neergelegd vanwege ‘ongepaste’ opmerkingen over weigerambtenaren. Het is een verdrietige maar ook verrassende ontwikkeling, want Daby is voorstander van het homohuwelijk en vindt dat je beter geen ambtenaar van de burgerlijke stand kunt worden als je daar gewetensbezwaren tegen hebt. Toch wilde ze dat er ruimte was voor gewetensbezwaarden. In een interview geeft ze aan dat ze persoonlijk vindt dat er ruimte moet zijn voor ambtenaren die hier moeite mee hebben Ze vergelijkt het met verpleegkundigen die mogen weigeren assistentie te verlenen bij een abortus.

Hier wordt dus niet iemand ontslagen die zelf ruimte opeist voor haar eigen geweten, maar die die ruimte aan anderen wil geven. En die daarbij aangeeft dat de rechten van homoseksuelen te allen tijde gerespecteerd moeten worden. Dit is een persoonlijke mening, die verder geen invloed op het beleid heeft, aangezien het in Engeland al sinds 2013 verboden is voor ambtenaren om de sluiting van een homohuwelijk te weigeren. Dat dit zo controversieel is dat ze daarvoor haar functie verliest en openbaar excuus moet aanbieden, is verontrustend. Zij was naast parlementslid ook schaduwminister van geloofszaken. Dat zij de gewetensbezwaren van christenen op dit gebied begrijpt, laat dus zien dat ze haar werk goed doet. De reactie van haar partij is griezelig klinisch. Geen bedankje voor haar jarenlange trouwe dienst, en geen begrip voor haar standpunten. Er lijkt in de Labour party meer ruimte te zijn voor antisemitisme dan voor gewetensbezwaar tegen een herdefiniëring van het huwelijk.

In Europa zie je een merkwaardige paradox binnen de progressieve stroming. Aan de ene kant dit verstikkende gelijkheidsdenken, waarin geen ruimte is voor gewetensbezwaarde christenen en aan de andere kant de hang naar zoveel mogelijk religieuze en culturele diversiteit. Je mag niets negatiefs zeggen over ‘importreligies’ want dat is discriminatie, maar dat deze religies doorgaans veel meer weerstand hebben dan christenen tegen allerlei seksuele uitingsvormen, wordt genegeerd.

Op scholen zie je vaak dat bij godsdienstlessen de positieve kanten van religies belicht worden, maar dat het christendom voortdurend onder vuur ligt. Het is moeilijk om dat rationeel te verklaren. Is het angst voor de islam? Schuldgevoel over een koloniaal verleden? Het zoeken naar een makkelijke zondebok? Of is het een diepgewortelde afkeer van de morele banden van het christendom. Andere religies staan kennelijk te ver weg bij de blanke progressieve elite om er dezelfde aversie tegen te voelen?

Rationeel is het niet te verklaren. Als je iemand gewetensruimte geeft, hoeft daar geen homo minder om te trouwen. Er zijn meer dan genoeg ambtenaren die het graag doen. Maar die gewetensnood van weigerambtenaren schudt aan het absolute van menselijke autonomie. En dat steekt, want die autonomie is een belangrijk seculier dogma.

Hoe seculierder de maatschappij wordt, hoe ‘irritanter’ christenen zullen worden gevonden. Als de ruimte afneemt, gaat het schuren. En dat kan ons pijn gaan doen. Een pijn die hoort bij het volgen van Jezus. Dat is niet alleen negatief. Misschien zal dat schuren ertoe leiden dat we weer gaan glimmen of, zoals de Bijbel het noemt, gelouterd worden.