R.I.P. kerk van Nederland

Nog even en we kunnen de Nederlandse kerk naar z’n graf dragen. Dan is het over. Voorbij. Ten minste, als je de media mag geloven. “Corona versnelt de leegloop van kerken met bijna tien jaar,” meldde De Volkskrant onlangs.

Ooit was de kerk van Europa rijk, machtig en kreeg ze respect. Nu begint ze steeds meer op een dakloze te lijken, een buitenstaander, iemand die belachelijk wordt gemaakt (zelfs het Sinterklaasjournaal doet eraan mee). Maar betekent dat echt het einde?

Zo’n vijftig jaar geleden woonde er in Londen een componist, Gavin Bryars. Met een vriend werkte hij aan een film over het ruige leven in het gebied tussen Elephant and Castle en Waterloo Station. Tijdens het filmen begonnen sommige dronken daklozen te zingen, het waren stukken opera en zoete ballads. En één oude dakloze man, die helemaal niet dronk, zong een christelijk lied: ‘Jesus’ blood never failed me yet’.

Het raakte Gavin Bryars. Thuis luisterde hij de opname van het lied terug en speelde mee op zijn piano. Hij besloot er verder mee te gaan en liet de opname horen aan een studio-orkest. Intussen liep hij even weg voor een kop koffie. Toen hij terugkwam, merkte hij dat de sfeer veranderd was. “Mensen bewogen zich veel rustiger door de studio dan normaal en sommigen zaten op een stoel zachtjes te huilen. Ik was verbijsterd, tot ik besefte dat ze geraakt waren door het gezang van de oude man.”

Voor de componist was het duidelijk: hier moest hij echts iets mee. Hij maakte er een muziekstuk van, compleet met strijkers en blazers, dat wereldberoemd werd. In 2016 nam de Amerikaanse zangeres Audrey Assad er nog een eigen versie van op.

De kerk in Nederland verandert. Maar door de crisis heen kan Jezus ons iets duidelijk maken: Verwacht het niet van geld, macht of programma’s, maar van Mij alleen. De kerk kan gaan lijken op een arme dakloze. Maar wel een dakloze die blijft zingen: “Jesus’ blood never failed me yet.” En als de hemel daar strijkers en blazers aan toevoegt, wordt dat een indrukwekkend lied.