Het ongemakkelijke i-woord

Ruim een week geleden vergaderde de Europese ministerraad naar aanleiding van de recente terreuraanslagen in Frankrijk en Oostenrijk. Het opvallendste aan de slotverklaring was het bijna totaal ontbreken van een verwijzing naar de islam. Slechts eenmaal werd gesproken van de ‘islamitische aanval’ op de Franse leraar.

Het i-woord werd angstvallig vermeden, terwijl de raad uitgebreid gediscussieerd had hoe grip te krijgen op imam-opleidingen, waar blijkbaar extremistisch gedachtegoed welig tiert. Omzichtig omzeilde men de potentieel explosieve lange tenen van de wereldwijde moslimgemeenschap. In plaats van letterlijk de zorg over imam-scholen te benoemen, werd gesteld dat de EU moet bevorderen dat ‘religieuze opleidingen – bij voorkeur binnen de EU – in overeenstemming zijn met Europese grondrechten en waarden’. Met deze algemene termen duwt men christelijke theologische scholen in dezelfde categorie als de problematische imam-opleidingen. Dat is kwalijk. Welke geweldsdreiging gaat er uit van christelijke theologische faculteiten en kerken? Wil men dit misschien aangrijpen als een rechtvaardiging om zich inhoudelijk met de theologie van scholen en kerken te gaan bemoeien?

“Het gevoel van verbondenheid en gelijkheid is van cruciaal belang voor de sociale cohesie van onze moderne, pluralistische en open samenlevingen,” stelt de slotverklaring. Dat klinkt prachtig, maar wil men werkelijk een pluralistische samenleving? Gezien de recente aanvallen op artikel 23, onze vrijheid van onderwijs op godsdienstige grondslag, blijkt juist dat die pluraliteit niet gewenst is. Hoe lang mag de Bijbel nog stellen dat God het huwelijk instelde als een exclusieve relatie tussen één man en één vrouw? Pluralisme betekent dat er een verscheidenheid aan meningen naast elkaar mag bestaan en dat er een verscheidenheid aan subculturen mag zijn. Een grondwaarde van die vrije samenleving moet zijn, dat je accepteert dat er andere meningen zijn en dat confrontatie tussen de verschillende levensovertuigingen nooit verder mag gaan dan gesprek en discussie. Echte tolerantie sluit dwang tot het opleggen van een andere mening uit. Zulke tolerantie heeft zich in een christelijke cultuur ontwikkeld, maar ze is vreemd aan de islam.

We moeten ons afvragen of het redelijk is om van moslims te vragen dat zij de Europese waarden overnemen, als dat hun geweten aantast. Zo’n eis moet je aan de poort stellen en niet achteraf. Dit toont een onmacht of onwil om de aard van de islam te begrijpen. Oostenrijk drong in de EU-ministerraad aan op een verbod op de ‘politieke islam’. Die term is misleidend. De meeste Europese moslims zijn gematigd en apolitiek, maar de Islam zelf is per definitie politiek. Eerlijker is het om te spreken van ‘de islam’ en een ‘niet politieke islam’.

Wanneer de christelijke kerk in haar geschiedenis wereldse macht naar zich toetrok, zondigde zij tegen het Evangelie. De islam daarentegen heeft de uitgesproken opdracht de wereld te onderwerpen aan Allah. De duivel probeerde Christus te verleiden door Hem de macht over al de koninkrijken van de wereld aan te bieden. Jezus weigerde deze heilloze weg, maar koos de weg van het kruis en vergoot Hij zijn bloed tot redding van de wereld. Mohammed onderging een soortgelijke verzoeking, toen de inwoners van Medina hem politieke en militaire macht aanboden. Hij viel ervoor en zijn voorbeeld doet nog steeds bloed vloeien.

De EU heeft geen antwoord op het gevaar van een godsdienstig systeem dat in wezen antidemocratisch is. Daarom verstopt ze het i-woord liever achter algemene termen. Dat zou je islamfobie kunnen noemen.