Honger in eigen land te lijf

De overheid gaat voedselbanken ondersteunen. Het is een erkenning dat voedselonzekerheid in Nederland een probleem is dat breed maatschappelijk aangekaart moet worden, en niet alleen op lokaal niveau door vrijwilligers. En die erkenning komt geen dag te vroeg.

Allerlei mensen kloppen aan bij de voedselbanken voor hulp, niet alleen de ‘kwetsbare groepen’. Succesvolle ZZPers en anderen die een goed inkomen plotseling kwijtraakten, komen ook in de knel. Want spaargeld gaat misschien een paar maanden mee, maar dit duurt inmiddels al bijna een jaar. Dan is er nog de groep die je (nog) niet terug ziet in de corona-cijfers, de mensen die door de gevolgen van een coronabesmetting niet meer kunnen werken. Hoe groot die groep langdurig zieken is, kunnen we nog moeilijk zeggen. Een indicatie is misschien dat er in Groot-Brittannië 40 klinieken worden opgezet die specifiek gericht zijn op het helpen van deze doelgroep. Hoe dan ook, een deel van deze mensen krijgt naast langdurige ziekte te maken met acuut geldgebrek en daardoor met voedselonzekerheid.  

Zorgen dat deze mensen te eten krijgen, is geen onmogelijke opgave voor een land als Nederland. De paar miljoen die nu in de voedselbanken gestoken wordt, is een fractie van de miljarden die wordt gestoken in steun aan het bedrijfsleven. En het belang ervan is niet te overschatten. Voedselonzekerheid ondermijnt de kern van je bestaan. Je kunt niet zonder eten. De hoeveelheid en kwaliteit van het voedsel dat je eet, heeft een enorme invloed op je functioneren en, in het geval van kinderen, op de ontwikkeling van lichamelijke en verstandelijke functies.

Voedselonzekerheid leidt tot criminaliteit, want ook eerlijke mensen komen in verleiding als ze honger hebben, of erger, hun kinderen gebrek zien lijden. En overal ter wereld zie je dat waar voedselonzekerheid wijdverspreid is, de maatschappij destabiliseert. Het zorgt voor rellen, staatsgrepen en burgeroorlogen. Kortom, de overheid heeft er alle reden toe om van dit probleem een prioriteit te maken.

De kerk trouwens ook. Het zorgen voor hen die om wat voor reden dan ook gebrek lijden, wordt zo overduidelijk geboden in zowel het Oude als het Nieuwe Testament, dat het een van de weinige dingen is waar geen theologische discussie over kan bestaan. ‘Ik was hongerig en jij gaf mij te eten’ geeft de Heere Jezus zelf als reden wanneer hij de verlosten in zijn koninkrijk verwelkomt. Het voeden van de hongerigen wordt gelijk gesteld aan het dienen van Christus. Een duidelijker mandaat kun je niet krijgen.

Het nieuwe normaal vraagt om nieuw mededogen en nieuwe, creatieve manieren om honger te lijf te gaan. Bijna iedereen kent wel iemand die een financiële klap heeft gehad van Corona. Envelopjes door de brievenbus met een paar tientjes, een vervroegd kerstpakket laten bezorgen, wat je over hebt weggeven in plaats van verkopen, iemand anders trakteren elke keer als je jezelf trakteert, mogelijkheden zijn er genoeg.

We moeten zeker de overheid aansporen om haar verantwoordelijkheid te nemen, maar daar hoeven we als kerk niet op te wachten. De nood is er en het mandaat ligt er. We kunnen vandaag beginnen.