Veilige Discussie

Altijd is het weer even schrikken als het onderwerp homoseksualiteit in de Tweede Kamer aan de orde komt. De verontwaardiging die er dan ontstaat over het feit dat er nog steeds mensen bestaan die homoseksualiteit als een probleem zien. En erger, ze gebruiken ook nog de grondwettelijke ruimte om vorm geven aan hun verwerpelijke ideeën. Daar moet zo snel mogelijk een einde aan worden gemaakt. Als de wet voor de vrijheid van onderwijs dat mogelijk maakt, moet die wet worden aangepast. Ouders kunnen wel denken dat ze over hun kinderen gaan, maar dan hebben ze buiten de staat gerekend.  Burgerschapsvorming, zo heet nu de staatsopvoeding. Er zijn heel mooie lessen voor ontwikkeld met als drieslag: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Iedereen moet zich hierdoor veilig gaan voelen.

Een veilige school is beslist een heel belangrijk punt. Voor refo’s is het een discussie op het scherpst van de snede. Veiligheid lijkt me overigens voor geen enkele school een vanzelfsprekendheid. Maar natuurlijk moet je er alles aan doen dat kinderen en jongeren zich op hun school veilig kunnen voelen. Het lijkt me een eerste voorwaarde. Dat wil niet zeggen dat dat altijd eenvoudig is. Bijvoorbeeld als er een botsing ontstaat met de identiteit van de school. Maar ook dan moet de school een veilig klimaat weten te creëren. ‘Oneens en toch veilig’, zou een mooi streven zijn. Zowel voor de school als voor de betreffende leerlingen een mooie oefening in goed burgerschap. Daar is wel een zekere ontspanning voor nodig.

Makkelijker wordt het niet als tijdens dit proces heel progressief Nederland op je nek zit. In Trouw van 9 november komen twee oud-leerlingen van het reformatorisch onderwijs aan het woord. Gerard Amersfoort zat op de Pieter Zandt in Kampen. Hij heeft het daar niet zo makkelijk gehad. Toch betwijfelt de nog altijd gelovige Amersfoort of een verbod op dit soort identiteitsverklaringen de oplossing is. ‘Gevoelsmatig zou ik zeggen: dit mag er niet in staan, maar verbieden lost het niet direct op, dat zet waarschijnlijk vooral kwaad bloed. Je begint een constructief gesprek met gereformeerden nooit met een regenboogvlag in je hand, je moet snappen wat hun kant inhoudt.’ Maar luisteren is voor progressief Nederland niet minder moeilijk dan voor behoudend Nederland.

Homoseksualiteit afwijzen wordt direct gezien als homohaat of homofobie. En het wordt ook direct in verband gebracht met homogeweld. Daarmee doe je geen recht aan het streven van de refo-scholen om een veilige school te creëren. Voor een veilige school is ook een veilige discussie nodig.