Waarheidsvinding als tegengif

“Hier, mooie reguliere media!” Dat schreeuwt een man tegen een journalist terwijl hij zijn middelvinger opsteekt. “Jullie verraden het volk!” En dan, wijzend op Kamerleden die voorbijlopen. “Kijk, daar zijn nog meer van die enge mensen. Ze verraden het volk. Schaam je! Shame on you! Lock her up! Verrader! Homo! Kinderverkrachter.”

Dit tafereel was onlangs te zien in Nieuwsuur. Op het Binnenhof is het nu dagelijks kost. Kamervoorzitter Khadija Arib: “Ze belagen Kamerleden, raken ze aan en jouwen journalisten en politici uit.” 

Die ‘kinderverkrachter-schreeuwers’ lijken geïnspireerd door QAnon: de complottheorie dat een internationale elite kinderen ontvoert en misbruikt om daarna hun bloed te oogsten. In Nederland propageert rapper Lange Frans die theorie in zijn veelbeluisterde podcast. Daarbij zinspeelde hij in augustus op het neerschieten van Premier Rutte (waarop hij nog steeds niet is teruggekomen). 

Dat president Trump de bizarre QAnon-verhalen niet wil tegenspreken, zorgt voor nog meer olie op het vuur. Toen NBC-presentatrice Savannah Guthrie donderdag vroeg of Trump QAnon verwerpt, zei hij: “Ik weet er niets van. Ik weet dat ze heel erg tegen pedofilie zijn. Daar vechten ze heel hard tegen.”

Journalisten hebben juist nu een cruciale taak: de macht controleren en waarheidsvinding. Uiteraard maken ze fouten en hebben ze blinde vlekken. Maar de groeiende tendens om, in de VS en ook in Nederland, journalisten verdacht te maken ten gunste van bizarre complotdenkers, is een zeer gevaarlijke. 

Hierin valt te leren van ons oorlogsverleden. Hoe belangrijk waarheidsvinding is, blijkt bijvoorbeeld uit het levensverhaal van de Fransman Jacques Lusseyran (1924 -1971). Op zijn zevende werd hij blind door een ongeluk op school. Zijn blindheid weerhield hem echter niet om als student in 1941 de verzetsgroep ‘Volontaires de la Liberté’ op te richten. In 1943 werd hij verraden en opgepakt. Hij belandde in een Parijse gevangenis en later in concentratiekamp Buchenwald, dat hij als blinde wonder boven wonder overleefde (van de tweeduizend Fransen die tegelijk met Lusseyran eind januari 1944 in Buchenwald aankwamen, hebben er ongeveer dertig het kamp overleefd).

In Buchenwald groeide hij uit tot ‘kampjournalist’. Hij maakte het zijn taak om goed te luisteren naar de Duitse nieuwsuitzendingen die over het luidsprekersysteem kwamen, waarbij hij alles afleidde uit de hiaten en ‘omleidingen’ in de verslagen. Hij ontving ook nieuws uit Frankrijk, Engeland en Rusland via een radio die door enkele gevangenen in één van de kelders was geknutseld. Met deze informatie ging hij naar de verschillende kampbarakken en kondigde de dagelijkse voortgang van de geallieerde invasie in Frankrijk en Duitsland aan.

Lusseyran merkte dat nepnieuws en leugens razendsnel rondgingen, wat de moraal onder de gevangenen totaal dreigde te ontwrichten. “Veel mensen logen in Buchenwald, uit angst, ontmoediging, onwetendheid of soms uit puur venijn. Ik heb gezien hoe mannen het bombarderen van steden uitvonden, alleen maar voor het plezier van het emotioneel martelen van een buurman die al zijn dierbaren in die plaats had.” Dus werkte Lusseyran de hele dag aan zijn taak als kampjournalist en ‘waarheidsvinder’. Ook vandaag hebben we zulke mensen nodig.

Dat leugens hier zo’n vruchtbare voedingsbodem vinden, kan uiteindelijk leiden tot chaos, geweld en maatschappelijke ontwrichting. Hoe blijf je overeind? Door nuchter te blijven en te vertrouwen op Christus’ genade. In 1941 schreef bovengenoemde verzetsheld Lusseyran in de Parijse gevangenis, toen het ergste nog moest komen: “Wat zou ons hier nog overblijven als we de barmhartigheid Gods niet hadden? (…) In iedere nood wordt ons de genade Gods geschonken. En wanneer de nood groter wordt, wordt ook de genade groter.”