De kans om geboren te worden

‘In Nederland heeft iedereen gelijke kansen’, zeggen we graag. Dat geldt helaas niet voor de kans om geboren te worden. Die is groter als je blanke genen bezit. In 2013 werd in Nederland meer dan 1/3 van de zwangerschappen van Surinaamse en Antilliaanse moeders afgebroken, tegen 1/10 van de autochtone moeders.  

De abortuscijfers voor verschillende etnische groepen worden niet goed bijgehouden en/of zijn maar moeilijk te vinden. De meest recente cijfers die ik kon vinden, komen uit rapporten van het CBS uit 2011 en het Ministerie van Volksgezondheid uit 2013.

Daaruit bleek dat vrouwen met een Antilliaanse of Surinaamse achtergrond tussen de vijf en zeven keer zo vaak een abortus ondergingen in die periode als autochtone vrouwen, hoewel het gebruik van anti-conceptie nauwelijks verschilde. Onder Turkse en Marokkaanse vrouwen was dat ongeveer 2-3 keer zo vaak.  Door de huidige discussie over ongelijkheid tussen blank en zwart, komen vragen hierover weer naar de voorgrond. En terecht.

Dit ethnische aspect van abortus wordt vaak over het hoofd gezien, zowel bij de pro-choice als pro-life activisten. De pro-choice beweging wil dat vrouwen de vrijheid hebben om zelf te kiezen of en wanneer ze moeder worden. Abortus bevrijdt vrouwen van ‘verplicht’ moederschap. De pro-life beweging haakt daar op in door een moreel argument te maken over de beschermwaardigheid van het menselijk leven.

Maar wat als abortus geen keus is die de moeder maakt, maar juist een symptoom van het gebrek aan keuze dat een moeder heeft? Niet-autochtone vrouwen leven vaker in armoede of in onveilige en onstabiele situaties, hebben minder mensen om op terug te vallen en zijn lager opgeleid. Daar komt bij dat in sommige (Islamitische) culturen het krijgen van een buitenechtelijk kind ondenkbaar is. Dit kan ertoe leiden dat de keuze voor abortus niet voornamelijk gemaakt wordt op morele gronden, maar op sociale gronden. En dat die keuze voor een groot deel niet bij de vrouw ligt, maar in haar omstandigheden of haar omgeving. De vraag is dan niet ‘Vind ik dit leventje beschermwaardig?’, maar ‘Is er hoop dat ik dit kind een veilige toekomst kan geven in mijn situatie?’

Naar mijn mening heeft de pro-life beweging op vele manieren duidelijk onder de aandacht gebracht dat ongeboren leven beschermwaardig is. De kwestie van ongelijkheid mag echter niet blijven liggen. Iedere moeder moet hoop kunnen hebben dat een veilige toekomst voor haar kind mogelijk is. Want er is nog iets erger dan een keus voor abortus, en dat is een abortus zonder keus.

Commentaar op “De kans om geboren te worden

  1. Sinds begin dit jaar kunnen voor de geboorte overleden kinderen officieel worden geregistreerd bij de burgerlijke stand. Ook de allerkleinsten die volgens de verzachtende semantiek overleden doordat de zwangerschap in een abortuskliniek werd afgebroken, maar de facto daar gedood werden. Het gaat bij abortus dus om kinderen! En dan krijgen we hier een marxistisch verhaal waarbij het weer eens de omstandigheden zijn die de schuld krijgen…
    Misschien moet Kim eens het boek van psychiater Dalrymple lezen, een portret van een wereld waarin relaties vluchtig en gewelddadig zijn, de vaders afwezig zijn en zelfbeheersing en eigen verantwoordelijkheid niet of nauwelijks een rol spelen. In zo’n wereld is het kind altijd het kind van de rekening. Soms al in de moederschoot.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *