Onveilige universiteit

De Universiteit van Amsterdam is een indrukwekkende reputatie aan het opbouwen. Niet zozeer op het gebied van de wetenschap, als wel op het gebied van het in stand houden van een onveilige situatie voor haar vrouwelijke studenten. Nog maar ruim een jaar geleden was er de pijnlijke zaak met hoogleraar B, bijgenaamd: ‘acht voor een nacht’. De universiteit liet toen weten ‘dat het pijnlijk is dat er zo veel signalen zijn gemist en het gevoel van onveiligheid daardoor veel te lang heeft kunnen bestaan’. Er zijn maatregelen genomen om dit soort gedrag in de toekomst te voorkomen.

Deze maatregelen zijn kennelijk nog niet geïmplementeerd. Op 13 juni 2020 komt de NRC  opnieuw met een horror-achtig verhaal waaruit duidelijk blijkt dat de universiteit weinig geleerd heeft. Jarenlang kon een docent van de masteropleiding Conservering en Restauratie van Cultureel Erfgoed zijn gang gaan met grensoverschrijdende activiteiten. Opnieuw werden veel signalen gemist. Het verslag in de NRC toont kafkaiaanse trekjes. Natuurlijk is er onderzoek gedaan. Verschillende keren zelfs. Intern onderzoek, extern onderzoek, allemaal volgens het protocollenboekje. En dan… gebeurt er weinig tot niets. Ja, de betreffende docent krijgt een waarschuwing, maar hij kan ‘gewoon’ verder werken. Als hij feedback krijgt van de vrouwelijke studenten over zijn gedrag, blijkt hij daar geen antenne voor te hebben.

Waarom lopen deze zaken zo vaak vast? In het NRC- verhaal vallen drie factoren op. De machtspositie van de meerdere, in dit geval de docent. Ze kunnen je maken en breken. En als je je tegen hen keert kun je zeker op het laatste rekenen. Het is gedaan met je toekomst. Daarom wordt er door slachtoffers ook zo veel geaccepteerd. Een andere factor is weer het omgekeerde: onmacht, in dit geval van het apparaat. Het instituut lijkt volledig onmachtig. Protocollen genoeg, aan dure onderzoeken geen gebrek, maar ergens blijft het allemaal steken. En dan is er de nog angst van het slachtoffer. Die speelt een belangrijke rol in al dit soort situaties. Die angst is terecht. Meestal eindigen deze ellendes in geen of halve maatregelen waardoor hun positie nog kwetsbaarder wordt dan ze al was.

O ja, er is valt nog iets op in dit verhaal. De docent ontkent niet alles, wat al een wonder op zich is, maar hij beroept zich wel op het feit dat hij een product is van de jaren zestig. Wonderlijk hoeveel daders, uit alle richtingen, zich op dit feit beroepen. Het zet aan denken. Op dit moment wordt er afgerekend met een deel van onze geschiedenis van zo’n 400 jaar geleden. Nodig, maar wel ingewikkeld en lang geleden. Niemand van ons was er bij. Dat geldt niet voor de seksuele revolutie van de jaren zestig. Die is nog dichtbij. Veel van deze revolutionairen leven nog. Beetje terugkijken zou geen kwaad kunnen. Ik weet niet of enkelen van hen al in steen zijn uitgebeiteld, maar mocht dat zo zijn dat ligt er nog een aardig klusje voor de UvA- studenten.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *